ACN/AKN Nederland

Anti-Capitalist Network / Anti-Kapitalistisch Netwerk


Leave a comment

Stijgend aantal dodelijke ongevallen in de Havens –

DE EUROPESE VAKBONDEN DIENEN NU EINDELIJK SERIEUS TE KNOKKEN VOOR MEER VEILIGHEID IN DE HAVENS!

hamburgse-haven-1

7 juli jl. – Ook in Hamburg werd het werk neergelegd in het kader van de wereldwijde ‘Actiedag in de havens’, gericht tegen de onveilige werkomstandigheden in de havensector.

In de afgelopen jaren nam het aantal dodelijke arbeidsongevallen op de containerterminals toe. Volgens de Europese Transport Federatie (ETF) werden er officieel alleen al in 2015 dodelijke ongevallen geregistreerd in de havens van Antwerpen, Bilbao, Bremerhaven, Helsinki, Oxelösund (Zweden), Sines (Portugal) en Valencia. Bovendien komen daar nog de ongevallen bij, welke zwaar lichamelijk letsel en arbeidsongeschiktheid tot gevolg hadden. Om nog maar te zwijgen over de toenemende werkdruk die de arbeiders uitput en afmat. Met de bouw van steeds grotere containerschepen en een tegelijkertijd dalende wereldhandel, wat de oorzaak is voor een grootschalige overcapaciteit, hebben de reders zichzelf in een klassieke overproductiecrisis gemanoeuvreerd, die kenmerkend is voor het kapitalisme. De reders willen hun winsten redden door middel van massale ,,kostenbesparingen”, wat niet meer inhoudt dan de zeelui en de havenarbeiders hiervoor te laten bloeden.

 

De reders en terminalbedrijven nemen deze ongevallen op de koop toe in hun streven naar winstmaximalisering. Het is de uitdrukking van de meedogenloze realiteit van de verhoudingen tussen arbeid en kapitaal: Arbeiders, ook degenen die beter betaald worden, verkopen hun arbeidskracht om te overleven; kapitalisten, die de productiemiddelen bezitten, halen uit deze arbeid van de arbeiders hun winsten. Hoeveel winst de kapitalist uit de arbeider kan persen, is afhankelijk van de strijd tussen de arbeidersklasse en de kapitalisten. Naast een beperkte loonsverhoging, of zelfs loondaling, kunnen er ook verschillende langere en arbeidsintensievere werkdagen worden ingevoerd. De vakbonden zijn nog altijd de verdedigingsorganisaties van de arbeiders, die niet alleen voor hogere lonen en soortgelijke eisen dienen te strijden, maar ook voor betere arbeidsomstandigheden en tegen de toenemende flexibilisering. Zeker in de industrie en in de transportsector zal de strijd voor meer werkveiligheid een potentiële versterking voor de vakbonden kunnen betekenen.

 

De havens zijn strategische knooppunten in de internationale handel, in de economie en daarmee belangrijk voor de bourgeoisie van de industriële landen. De industrie van het sterk van export afhankelijke Duitse imperialisme is aangewezen op het functioneren van de havens, waarvan Rotterdam, Antwerpen en het binnenlandse Hamburg en Bremerhaven zeer belangrijk zijn. De Duitse bourgeoisie heeft de uitbuiting van de Duitse arbeidersklasse geïntensiveerd d.m.v. het scheppen van een omvangrijke lage lonensector en met deze winsten haar leidende rol als exportmacht opgebouwd. Duitsland domineert Europa, zuigt de arbeidersklasse van de zwakkere landen uit en onderdrukt deze landen met behulp van de imperialistische EU. Tegelijkertijd betekent dat ook dat de havenarbeiders internationaal een reusachtige potentiële macht in handen hebben. De positie van de havenarbeiders en zeelui in de economie en industrie zal tot het bewustzijn leiden dat d.m.v. arbeidersmacht het kapitalistische winstsysteem tot stilstand te brengen is. Wat een en ander echter in de weg staat is de nationalistische en protectionistische politiek van de vakbondsbureaucratie, die zich aan de kant van de kapitalisten schaart.

 

De over de gehele wereld plaatsvindende aanvallen van de kant van de reders en havenbedrijven, evenals de ongevallen onder de havenarbeiders, hebben de beide overkoepelende havenvakcentrales ITF/ETF en IDC (International Dockers Council*) ertoe gedwongen om op 7 juli jl. een gemeenschappelijke ,,Wereldwijde Actiedag” te organiseren, om zodoende hun ,,(onveilige) arbeidsomstandigheden kenbaar te maken en een duidelijk signaal af te geven in de richting van een gezonde en veilige werkplek” alsmede om een minuut stilte te houden voor alle havenarbeiders die tijdens hun werk zijn omgekomen. Terwijl het in enkele havens, zoals bijvoorbeeld in Le Havre, maar ook in belangrijke havens aan de Amerikaanse Oostkust, tot een één uur durende staking kwam, waren er in andere havens slechts enkele korte werkonderbrekingen. Deze actiedag was weliswaar totaal ineffectief, maar toonde wel het symbolische potentieel aan van de internationale solidariteit van de havenarbeiders. Meer effectieve internationale klassenstrijd is noodzakelijk om de dodelijke winsthonger in de havens en op de schepen een halt toe te roepen. De havenarbeiders in Le Havre en Marseille toonden hun kracht, toen zij, vanaf 24 mei, meer dan twee weken lang de olieterminals in Frankrijk platlegden. Op deze wijze betuigden zij hun solidariteit met de staking van de raffinaderijarbeiders en vele anderen tegen de wet-El Khomri (loi travail) – een staking die bijna geheel Frankrijk plat wist te leggen.

 

___________________

* Hierin zijn voornamelijk de meer radicale Zuid-Europese bonden, o.m. uit Spanje en Frankrijk (CGT), georganiseerd.

 

 

Dodelijke ongevallen in de havens van Hamburg en Bremerhaven

 

 Een blik op de situatie van de havenarbeiders leidt onvermijdelijk naar het dodelijke ongeval van de 37-jarige Bülent Benli. Op 10 okt. 2014 stapte hij aan de Burchardkai bij de Hamburger Hafen u. Logistik AG (HHLA) in een werkbak om via de kraan aan boord gezet te worden – daarbij verongelukte hij dodelijk. Collega Benli was een zogenaamde dagloner, dat houdt in dat hij zonder vast contract werkte. Hij was werkzaam voor Gesamthafenbetrieb (GHB), de arbeidspool voor de gehele Hamburgse haven. Zijn dood komt voor rekening van de HHLA-kapitalisten, die aan hun reusachtige winsten en vette veiligheid op het werk. De HHLA is voor bijna 70% in het bezit van de stad Hamburg. De Burchardkai is de grootste containerterminal in Hamburg en heeft een voorbeeldfunctie, één van de grootste parels in de traditie van de Hamburgse havenbaronnen, die, precies als 100 jaar geleden, nog steeds van het werk van de dagloners profiteren.

 

Zoals collega’s in de haven al rapporteerden, zijn er diverse veiligheidsvoorschriften, – procedures en –maatregelen die de dood van Benli hadden kunnen voorkomen, maar die op de Burchardkai niet gebruikelijk waren. Op deze kade dienen de sjorders nog steeds te “communiceren” d.m.v. handgebaren naar de kraanmachinisten, die minstens 40 meter hoog zitten. Het zou veiliger zijn als er via de portofoon contact is tussen de sjorders resp. de botenbaas en de kraandrijver met een extra persoon ertussenin die altijd in kan grijpen wanneer de sjorders aan het werk zijn. Ook wordt er op de kranen aan de Burchardkai géén snelheidslimiet gehanteerd bij het transporteren van personen. Op veiligheidsmaatregelen besparen de HHLA-kapitalisten openlijk, want dat zou alleen maar meer personeel en uitrusting betekenen, wat dan ook weer de winsten minimaliseert. Daarom spelen ze liever met de levens van de sjorders.

 

Sjorders laden en lossen de containers op een schip en bevestigen deze met behulp van stackers. In het Hamburgse toneelstuk ,,Tallymann un Schutenschubser” omschreef een voormalige zeeman en havenarbeider de sjorders als ,,het goud van de kust”. En Volker Ippig, vroeger keeper bij FC St. Pauli, tevens dagloner en sjorder in de haven, verwoordde het in een interview met de taz van 28 juni 2009 zo: ,,Wanneer de stackerdraaiers eenmaal in een rap tempo aan de gang zijn, dan moet alles ook in dat tempo doorgaan. Urenlang kan je dat niet volhouden, maar wel een hele tijd. Zwaar werk? Ja, zeker. Maar wel goed werk, eerlijk werk”. Sjorders hebben het zwaarste en meest gevaarlijke werk in de haven. De terminalbedrijven besparen op de sjorders door lage lonen uit te betalen, indien zij deze sjorders niet elders goedkoper kunnen inhuren. En zelfs wanneer bedrijven zoals GHB wel cao-gebonden lonen betalen, dan alsnog krijgen sjorders het laagste cao-loon en niet het hoogste, zoals bijv. kraanmachinisten dat doen. Bij de dood van collega Benli speelde nog als extra factor mee dat hij namelijk nog maar sinds enkele weken volledig als sjorder werd ingezet, dit zonder enige vorm van opleiding en/of ervaring. En dat terwijl de GHB op haar website luidkeels verkondigt: ,,Kenmerkend voor het succes van GHB is het hoge kwaliteitsniveau van haar werknemers. Daarom staan bij ons opleiding en verdere scholing hoog aangeschreven. Wij bieden een goede scholing voor al onze werkplekken”. Mooie woorden van deze kapitalisten, maar de vakbonden kunnen er maar beter voor zorgen dat de werkplek inderdaad veilig is en dat de arbeiders ook daadwerkelijk de benodigde opleiding en verdere scholing krijgen.

 

Een ander zwaar ongeval gebeurde op 14 mei 2015 bij de North Sea Terminal Bremerhaven (NTB), toen de arm van een containerkraan afbrak en op de 52-jarige kraanmachinist Volker Hermann terecht kwam, wat hem fataal werd. De oorzaak van het afbreken van de kraanarm was een onopgemerkte scheur. Regelmatige adequate inspectie had dit ongeval kunnen voorkomen. Zo dringt zich de vraag op waarom deze scheur niet eerder werd opgemerkt en of dat niet ook bij andere containerkranen het geval is. In een artikel in het Verdi-tijdschrift Verkehrsreport van feb. 2015 werd de angst voor toekomstige ongevallen, zoals dat van collega Volker, wel aangekaart, maar de perspectieven van een vakbondsstrijd ertegen bleven echter uit. In plaats daarvan werd slechts kritiekloos gemeld dat de Wasserschutzpolizei de ,,verantwoording voor het onderzoek” op zich heeft genomen. Maar de politie zal altijd in het belang van de kapitalisten ,,bemiddelen”. Politie en justitie zijn centrale onderdelen van de kapitalistische staat en beschermen het uitbuiterssysteem.

 

Georganiseerde acties door de vakbond hadden ervoor kunnen zorgen dat de toestand van soortgelijke containerkranen periodiek gecontroleerd werd. Maar klaarblijkelijk is de dood van een havenarbeider in Bremerhaven door toedoen van een kraanarm géén reden voor de andere terminalbedrijven om hun kranen te laten inspecteren. Toen de kraanmachinisten bij de diverse terminalbedrijven tegelijkertijd met alle reders hun onvrede hieromtrent hadden geuit, werd hen door het management de mond gesnoerd, terwijl de bonden hierover weer zwegen. Een jaar later, op 11 maart jl., kwam het bij de Containerterminal Altenwerder (CTA, de geautomatiseerde terminal in Hamburg die door HHLA en Hapag-Lloyd wordt beheerd) tot een soortgelijk ongeval zoals in Bremerhaven. Een onontdekte scheur leidde tot het loslaten van een voertuigwiel, wat gelukkig zonder drastische gevolgen bleef. Teneinde al deze zaken snel in de doofpot te kunnen stoppen hebben de kapitalisten de arbeiders voorgelogen. Om veilig gebruik te kunnen maken van de containerkranen zijn grondige en precieze inspecties van levensbelang. Verdi dient hiervoor te knokken en tevens veiligheidsmaatregelen op het werk aan de orde te stellen en het initiatief te nemen tot de noodzakelijke arbeidersstrijd.

 

Terwijl het afbreken van de kraanarm in Bremerhaven alleen maar zorgde voor dramatische verslaggeving in de diverse media, doen de havenkapitalisten er over het algemeen alles aan om te voorkomen dat arbeiders en publieke opinie weet krijgen van zware en dodelijke arbeidsongevallen. Toen op 31 dec. 2009 collega Uwe Kröger (45), kraanmachinist bij Eurogate Hamburg, tijdens het werk een dodelijke hartaanval kreeg, duurde het volgens Rolf Geffken (advocaat en auteur van boeken zoals Arbeit u. Arbeiterkampf im Hamburger Hafen) anderhalf uur tot medische hulp hem op zijn locatie kon bereiken. Feit is dat op een containerkraan een levenloos of zwaargewond persoon alleen maar onder aanzienlijke inspanning te bergen is. Een traumahelikopter dient dan personeel te laten abseilen, maar in de omgeving van de containerterminals in Hamburg is zulke medische hulp niet beschikbaar. Buiten de BHV-ers zijn er geen hulpverleners resp. soortgelijke instellingen op de terminals, en het dichtstbijzijnde ziekenhuis is ver weg. Toen de weduwe van collega Kröger opheldering verlangde over de dood van haar man, ook om eventuele misstanden te laten onderzoeken, werd zij door de ondernemers belachelijk gemaakt en beledigd. Later drukte het Hamburger Abendblatt een lang artikel af, die de werkplek bovenin de kraan als ‘theaterloge’ in de haven afschilderde, maar verder zweeg over de dood van de betreffende collega. Geffken zegt hierover in een interview met de Junge Welt van 11 okt. 2011: ,,In de Hamburgse media heerst er de samenzwering van het zwijgen wanneer er een ongeluk in de haven heeft plaatsgevonden”. Het past in het beeld dat stelt dat de Hamburgse kapitalisten de burgerlijke pers in handen hebben om ongelukken te verdoezelen en daarmee elke vorm van kritische berichtgeving ondermijnen.

hamburgse-haven-2

Collega Bülent Benli – Vermoord door de Hamburgse havenkapitalisten!

 

Voor een strijdbare vakbondsleiding die zich baseert op de klassenstrijd!

 

Ook zware en dodelijke ongevallen bij Van Carriers (VC), die containers op de terminals lossen en op vrachtwagens laden, zijn schering en inslag. Op 30 nov. 2015 kwam op de Eurogate-terminal in Bremerhaven collega Kai Weinhold (VC-chauffeur) om het leven, toen hij met zijn voertuig kantelde. Omslaan, botsingen en brand komen vaak voor. Werkdruk, slecht wegdek, slechte lichtverhoudingen, verouderde techniek (of onvolledige nieuwe techniek) en zware inbreuken op de veiligheidsvoorschriften (en inspectiebezoeken) kunnen bij ongevallen met zulke zware machines logischerwijze tot levensbedreigende verwondingen of zelfs tot de dood leiden. Havenwerk behoort tot het meest gevaarlijke werk in de industrie, maar met deze aanhoudende onacceptabele omstandigheden (werkdruk en slechte omstandigheden) zijn verdere ongelukken, verminkingen en doden onvermijdelijk – het is gewoonweg moord op de arbeiders! Met zijn vierentwintig-uurs economie is de havenkapitalist er alles aan gelegen zijn machinale uitrusting maximaal te benutten, tot slijtage toe, dan zorg te dragen voor de noodzakelijke veiligheids- en onderhoudsinspectie.

 

De schuld in de schoenen te schuiven van enkele collega’s en hen aansprakelijk te stellen voor de veiligheid op het werk is een standaardgegeven van de kapitalisten en het is daarom de taak van de vakbonden om zich zo collectief mogelijk op te stellen samen met de leden, waarbij de laatsten onder ongekende druk staan om ,,hun taken” zonder onderbrekingen ,,uit te voeren”. De arbeider bevindt zich daarbij in een vicieuze cirkel: Ofwel wordt men door het bedrijf disciplinair gestraft omdat men te veel werk maakt van de veiligheid, ofwel negeert men de veiligheidsinstructies, waarbij uiteindelijk met de gezondheid en het leven wordt gespeeld. Wanneer de arbeiders in dit conflict de overhand willen behalen, dan dient de collectieve kracht van de vakbonden te worden ingezet. Het is een beslissende strijd, een steeds weer terugkerende krachtsinspanning om betere arbeidsomstandigheden af te dwingen en te behouden, in het bijzonder in het kader van de steeds veranderende omstandigheden in de havens. De arbeiders dienen tezamen met de vakbonden de controle over de veiligheid op de werkvloer te hebben. Vakbonden en Betriebsräte (OR-leden) moeten duidelijk maken dat zij in de positie zijn om de havenbedrijven plat te leggen indien er sprake is van gevaren. Betere arbeidsomstandigheden vergen vastberaden oplettendheid en strijd tegen de kapitalisten. In plaats van vertrouwen in de kapitalisten:

 

Vakbondscontrole! Havenarbeiders hebben hun eigen door de vakbonden gecontroleerde comités voor werkveiligheid nodig, met vertegenwoordigers die het recht hebben onzekere werkomstandigheden ter plekke te beïnvloeden. Het vraagstuk van de werkveiligheid betreft tegelijkertijd het vraagstuk van de klassentegenstellingen tussen arbeiders en kapitalisten. Betere werkomstandigheden voor de havenarbeiders betekent minder winst voor de reders en de havenbedrijven. Een strijd voor beter materieel, beter werkverloop en dito onderwijs staat haaks op de belangen van de kapitalisten. Hierbij heeft de arbeider het bewustzijn nodig dat hij zal verkrijgen gedurende de onverzoenlijke klassenstrijd tegen de kapitalisten.

 

In de havens aan de Amerikaanse Westkust heeft de havenvakbond ILWU in 1934 met een klassenkämpferische stakingsleiding o.a. het recht afgedwongen tijdens conflicten over werkveiligheid, die onder de haven-CAO vallen, het werk neer te leggen totdat er een vakbondsvertegenwoordiger op de werkplek verschijnt om de zaak op te lossen. Maar evenals vandaag de dag blijven zulke verworvenheden altijd bedreigd door aanvallen van de kant van de kapitalisten, en evenals de ILWU heeft ook Verdi een lange geschiedenis van konkelen met de havenbaronnen en akkoord gaan met verslechteringen in de CAO. Noodzakelijk is een klassenkämpferische vakbondsleiding, maar de huidige leiding staat onder de politieke controle van de sociaaldemocratie. De SPD en ook de Linke zijn burgerlijke arbeiderspartijen, partijen met een arbeidersbasis, maar met een burgerlijk kapitalistisch programma. Ze verbreiden illusies onder de arbeiders m.b.t. de kapitalistische staatsinstellingen, ook als het de werkveiligheid betreft. Arbeiders hebben daarentegen een revolutionaire arbeiderspartij nodig, onafhankelijk van de kapitalisten. En ze hebben een vakbondsleiding nodig die begrijpt dat de belangen van de arbeiders en kapitalisten fundamenteel aan elkaar tegengesteld zijn. Maar zolang de maatschappij in de handen van de kapitalisten is en op winst gebaseerd, kunnen de arbeiders alleen maar tijdelijke overwinningen afdwingen. Indien de arbeiders echter de staatsmacht in eigen handen nemen en het systeem van meerwaarde afschaffen, dan eerst kan er daadwerkelijk werk worden gemaakt van echte veiligheid op het werk!

 

 

 


Leave a comment

De ‘gescheurde overhemden’ van Air France – Het proces van een ‘collectieve trance’

De procureur vordert tussen de twee en vier maanden voorwaardelijk tegen vijftien vakbondskaderleden

De beelden van de beide Air France-bazen, met hun geschokte gezichten en ontblote bovenlichamen, terwijl ze werden opgejaagd door tientallen woedende manifestanten, gingen over de gehele wereld. Dat was op 5 okt. 2015 bij het hoofdkantoor van Air France in Roissy, waar honderden Air France-werkers zich hadden verzameld na een oproep van de bonden om in verzet te komen tegen de aangekondigde massaontslagen, en zich met geweld toegang hadden verschaft tot de ruimte waar een zitting plaatsvond van de COR. De twee personeelchefs, Pierre Plisonnier en Xavier Broseta, werden uiteindelijk ontzet en klommen als afscheid over een hekwerk. (,,Beelden 1,7 miljard keer bekeken”.) Vastgelegd op tv-camera’s en door mobieltjes werden deze beelden getoond en nogmaals getoond, ad nauseam, tijdens de zitting van de correctionele rechtbank van Bobigny (dep. Seine-Saint-Denis) op 27 sept. Jl., die vijftien vakbondsactivisten had gedagvaard wegens ,,vernieling” en ,,geweldpleging in verenging”. Op de zitting van 28 sept. Vorderde de procureur voorwaardelijke gevangenisstraffen tussen de twee en vier maanden tegen de gedaagden.

airfrance_001

Het eerste ten laste gelegde is bekend en wordt niet betwist: Een tiental manifestanten met duidelijk herkenbare gezichten was die middag te zien, bezig met het forceren van een hek, dat de toegang afsloot tot het gebouw van de onderneming, de scharnieren werden uit hun hengsel gelicht en de menigte stroomde naar binnen. Het tweede nam het overgrote deel van het debat in beslag, géén enkele van de vijf aangeklaagden was bereid om de rol van zondebok (in strafrechtelijke zin) op zich te nemen en al evenmin de zwaar beladen beschuldiging (in morele zin) deel te hebben uitgemaakt van dit beeld van ,,een collectieve trance”, in de woorden van een getuige. ,,Ik heb hem bij zijn kraag gepakt, dat is alles, opdat hij zich zou omdraaien en ik met hem kon spreken”, zei een van de vakbondsmilitanten, gedagvaard op grond van de getuigenis van een beveiligingsbeambte. Een andere vakbondsmilitant, geconfronteerd met een beeldopname, erkent enkel dat zijn hand ,,voor een deel in die richting” zich bevond, om te beschermen en niet om te slaan, verzekert hij. De zitting vond trouwens plaats onder zware politiebewaking: CRS buiten het gerechtsgebouw om de steunbetoging waartoe door de CGT was opgeroepen, op afstand te houden. Stillen om het publiek in de zaal in de gaten te houden.

Voorwaardelijk voor het ,,gescheurde overhemd”
De procureur maakt een ,,horde van ‘casseurs’ (relschoppers)”, die waren ,,geïnstrumentaliseerd”, verantwoordelijk Procureur Philippe Bourion droeg woensdagmiddag (28 sept. jl.) de zichtswijze van het parket m.b.t. wat inmiddels de ‘affaire van de ,,gescheurde hemden” bij Air France’ is gaan heten, voor. Op de publieke tribune heerst een gespannen en wanordelijke sfeer. Buiten het gerechtsgebouw hebben zich talrijke vakbondsmilitanten verzameld om op strijdbare wijze hun steun aan de vijftien aangeklaagde klassekameraden voor de correctionele rechtbank in Bobigny te betuigen.

Volgens procureur Bourion gaat het niet om een proces tegen het syndicalisme (de vakbeweging) in Frankrijk. Handig probeert hij voortdurend te onderscheiden tussen enerzijds de ,,fatsoenlijke” verantwoordlijken op de achtergrond en anderzijds de ,,voyous” (het ‘straattuig’), “de met adrenaline volgepompte grootbekken”, die, op 5 okt. 2015, Pierre Plisonnier en Xavier Broseta, twee personeelchefs van de luchtvaartmaatschappij, hadden aangepakt tijdens een buitengewone zitting van de COR (CCE). Voor de procureur stond vast: De betrokkenen waren ,,geïnstrumentaliseerd”, en wel door de vakbonden, de CGT voorop. De laatste zou een ,,operatie” op touw hebben gezet om de COR-bijeenkomst te verstoren, maar ,,het effect van de meute” (groepsdynamiek dus) zou de militanten ten méér hebben meegesleept als de strategen op de achtergrond hadden kunnen voorzien”. Vandaar dat sommigen, toen de situatie uit de hand liep, tussenbeide waren gekomen om de beide bazen te ontzetten.

Xavier Broseta, Executive Vice President for Human Resources and Labour Relations at Air France, is evacuated by security after employees interrupted a meeting at the Air France headquarters building in Roissy
De procureur hield in zijn betoog rekening met het ‘gespannen sociale klimaat’: ,,Er broeide iets, 2900 jobs stonden op het spel. Het molesteren van leidinggevenden creëert echter ook geen werk noch verbetert het de cijfers van de onderneming”. Volgens het OM zou geen enkel sociaal geweld het plegen van fysiek geweld rechtvaardigen.

VONNIS: 30 NOVEMBER A.S.


Leave a comment

Van het klassenfront: Spontane actie bij Vesuvius/Oostende (West-Vlaanderen)

De arbeiders van staalfabriek Vesuvius in Oostende (West-Vlaanderen) hebben op 5 nov. jl. het werk neergelegd uit onvrede over de aangekondigde ‘herstructurering’ van het bedrijf. Op 1 juni jl. kondigden de bazen van het staaltechniekbedrijf Vesuvius het collectief ontslag aan van 32 van de 136 productiemedewerkers. Vijf maanden later is er nog steeds geen duidelijkheid voor de betrokkenen. Dit ook tot grote onvrede van de bonden.

Op 3 nov. jl. was voor de arbeiders de maat vol: Spontaan werd besloten de boel plat te leggen. ,,uit onvrede over de weinig constructieve opstelling van de directie m.b.t. de aangekondigde herstructureringen”, klonk het onder het stakingspiket van het ‘Gemeenschappelijk vakbondsfront’. De productie van Vesuvius kwam door de actie stil te liggen. De toegang tot het bedrijf werd afgesloten met wegversperringen. Leveranciers konden hun vracht niet kwijt en parkeerden ten einde raad hun vrachtwagens dan maar op de openbare weg, wat voor gevaarlijke situaties zorgde. ,,We staan met onze rug tegen de muur”, klonk het overeenstemmend aan de stakingspiketten.

,,Het overleg zit sinds de aankondiging (van het collectiefontslag, red.) muurvast. De bazen tonen geen enkel respect voor de werkers, die er elke dag voor zorgen dat de zaak hier blijft draaien. Men weigert ook in te gaan op de vraag tot motivatiepremie. Onze indruk is dat het overleg in het kader van de ‘Wet-Renault’ louter een formaliteit is. Vijf maanden na de aangekondigde herstructurering zitten we nog steeds in de informatie- en consultatieronde. Concrete info krijgen we niet. Vele vragen over de ontslagen blijven, bijvoorbeeld over wie er getroffen worden, maar ook voor degenen die overblijven. We zijn niet van plan om met een vierde minder mensen even veel te doen. De directie had de eerste ‘afvloeiingen’ rond deze tijd al willen doorvoeren, maar zolang er nog geen ‘sociaal plan’ ligt, mogen ze geen mensen ontslaan.”

De Vesuvius-directie hulde zich in stilzwijgen en was niet bereid tot commentaar. Voor 15 november zijn nieuwe acties aangekondigd.

stakingvesuviusoostendedji


Leave a comment

NEEN TEGEN DE SLUITING VAN CATERPILLAR! NEEN TEGEN ALLES WAT LEIDT TOT NOG GROTERE WERKLOOSHEID EN ARMOEDE!

Strijdbare bijeenkomst en debat met Gustave Dache, veteraan van de arbeidersbeweging in Charlerloi. Was delegeé van Caterpiller, maar werd ontslagen wegens oproeping tot staking; daarna delegeé van Citroën. Hij heeft ook deelgenomen aan de Grote Algemene Staking van ’60/’61.

ZATERDAG 8 OKTOBER – 15u, Place Charles II 23, Charlerloi

Met tevens de sprekers:
= Roberto D’Orazio en
= Silvio Marra, voormalige delegeés van ABVV Forges de Clabeq;
= Francis, voormalig delegeé Caterpiller.

foto_1a

Op de foto: Gustave Dache (midden), Roberto D’Orazio (rechts van hem) en Silvio Marra (links van hem).


Leave a comment

17/09: Protesten tegen TTIP in Duitsland

Het vrijhandels- en tolheffingsvraagstuk beweegt zich volledig binnen het kader van het huidige systeem van kapitalistische productie en heeft daarom géén direct voordeel voor socialisten, welke naar de afschaffing van dat systeem verlangen<<. Dit citaat van Engels was helaas niet van toepassing op de landelijke, in zeven Duitse steden, georganiseerde anti-CETA & anti-TTIP protesten, afgelopen zaterdag 17 sept. Reformistische politieke partijen zoals Die Linke en de SPD, evenals NGO-organisaties zoals ATTAC en Greenpeace, vormden de speerpunt van de demonstraties. Hun kritiek op de vrijhandel was dan ook niet de afschaffing van >>het systeem<<, maar het bestrijden van haar “onethische” technocratische symptomen binnen een “doorgedraaid” kapitalisme. Hun antwoord: Meer openheid en democratie ten opzichte van de dictatuur van de multinationals, de “redding” van arbeidsrechten, gezondheid en natuur door middel van kapitalistische hervormingen. Dit alles is echter niets meer dan de opgewarmde Occupy-retoriek van enige jaren geleden, welke wij als revolutionaire socialisten destijds reeds hebben verworpen.

ttip_frankfurt_01

Desondanks namen enkele ACN/AKN-activisten toch deel aan het anti-TTIP protest in Frankfurt/M (50.000 betogers volgens de organisatoren, de helft minder volgens de smeris) als onderdeel van een geïmproviseerd Antikap-blok, gevormd door met name linksautonomen. (Ook in Stuttgart was er eveneens een klassenkämpferisches blok). Het blok in Frankfurt/M probeerde aan het an sich reformistische protest een duidelijk meer militante politieke stootrichting te geven middels leuzen als >>TTIP is niet het probleem, maar het probleem is het systeem!<<. Binnen de Stop TTIP-protesten vinden er al langere tijd discussies plaats of het onderwerp anti-TTIP niet zowel een links als een ‘rechts’ thema is, en of er op dit vlak niet een gezamenlijk front (een zogeheten Querfront) gevormd dient te worden.

‘Neues Deutschland’ (16 sept. jl.) wees er in dit verband op dat al in 2015 een opinie-onderzoek had uitgewezen dat een ‘querfront’ tussen links en ‘rechts’ m.b.t. de anti-TTIP-thematiek uitgesloten zou zijn (Het onderzoeksresultaat had namelijk vastgesteld dat 97% van het anti-TTIP-protestkamp links had gestemd en slechts 3% AfD). Organisatoren van de anti-TTIP-protesten wijzen er tevens op dat ‘rechts’ niet welkom is, omdat haar vrijhandelskritiek zou berusten op völkische motieven, waarmee men anderen zou uitsluiten in plaats van dat tot wederzijdse solidariteit zou worden opgeroepen.

ttip_frankfurt_03

Echter, ons baserend op het vijf-punten-programma van het ACN/AKN, stellen wij vast dat het “anti-TTIP-protectionisme” van ‘rechts’ niét aansluit bij onze politiek. Zo wil ‘rechts’ bijvoorbeeld Duitse arbeiders “beschermen” tegen Poolse en Roemeense dagloners. Daarentegen stelt het ACN/AKN dat de gemeenschappelijke (klassen-)belangen bindend zijn, de vereniging van de arbeiders in het productieproces. Dit i.t.t. tot datgene wat ons scheidt (onze etnische afkomst), zoals AfD/NPD dat doen.

Maar als revolutionairen kunnen wij natuurlijk óók niét het ‘linkse’ reformisme omarmen, aangezien dit slechts poogt “onevenheden” van het kapitalistische systeem bij te schaven. Om Marx te citeren (alhoewel de context niet geheel slaat op een vrijhandelsverdrag zoals TTIP): >>In het algeheel is vandaag de dag het tolheffingssysteem conservatief, terwijl het vrijhandelssysteem vernietigend werkt. Het ondermijnt de betrokkenen natiestaten en brengt de tegenstellingen tussen het proletariaat en de bourgeoisie tot een nieuwe hoogtepunt. Simpel gezegd, het systeem van de vrijhandel bespoedigt de revolutie. En alléén daarom, mijne heren, ben ik vóór vrijhandel<<. En juist dáárom betoogde het ACN/AKN deze dag naast andere aanwezige groepen, zoals de MLPD, Spartakist en de Turkse communistische partij/ML (TKP). Voor onze ‘’eigen’’ revolutionaire agenda, voor de socialistische revolutie! Onze leuze luidt dan ook:

TTIP IS NIET HET PROBLEEM, HET PROBLEEM HEET: KAPITALISME!


Leave a comment

ACHTTIEN STELLINGEN MET BETREKKING TOT DE RESTAURATIE VAN HET KAPITALISME IN DE SOWJET-UNIE

 

Poging tot een alomvattende analyse

Hieronder documenteren we in een Nederlandse vertaling de achttien stellingen betreffende de restauratie van het kapitalisme in de Sowjet-Unie, zoals gepubliceerd in Bolşevik Partizan 171/2015. De achttien stellingen werden unaniem aangenomen op het 10e partijcongres van de BP/Noordkoerdistan-Turkije en vormen een beknopte samenvatting van een uitvoerig theoretisch werk met betrekking tot dit thema.

 

I. Rusland (later de USSR) onder de leiding van de Communistische Partij Rusland (Bolsjewiki), later CPSU(B) geheten, is tot op heden het enige land ter wereld geweest, waar (zij het ook slechts gedurende een korte periode) de socialistische revolutie daadwerkelijk heeft gezegevierd en de dictatuur van het proletariaat inderdaad werd gevestigd. Daarom zijn de ervaringen van de Sowjet-Unie, zowel wat de opbouw van het socialisme als ook wat de restauratie van het kapitalisme betreft, het centrale uitgaanspunt in onze analyse. Voor de huidige strijd is het absoluut noodzakelijk om theorie en praktijk van deze maatschappelijke processen in de Sowjet-Unie grondig te bestuderen teneinde daaruit de nodige lessen te kunnen trekken.

II. De na de Tweede Wereldoorlog ontstane volksdemocratische staten[1] waren géén dictaturen van het proletariaat.

In al deze staten werden de gunstige voorwaarden voor de overgang naar de dictatuur van het proletariaat niet juist beoordeeld. In flagrante tegenspraak met de marxistisch-leninistische leer van de dictatuur van het proletariaat werd de heerschappij van de volksdemocratieën tot een specifieke vorm van de dictatuur van het proletariaat bestempeld. In de VR China werden er ten tijde van de Grote Proletarische Culturele Revolutie radicale stappen gezet in de richting van de overgang naar de dictatuur van het proletariaat; echter, uiteindelijk slaagde men er niet in die overgang ook daadwerkelijk te realiseren.

III. De eerste poging tot vestiging van de dictatuur van het proletariaat, de Commune van Parijs[2], duurde exact 72 dagen. Zij slaagde er slechts in enige algemene principes en maatregelen m.b.t de opbouw van het socialisme te proclameren. De objectieve voorwaarden hiertoe waren destijds evenwel nog niet rijp genoeg om deze ook daadwerkelijk in praktijk te kunnen brengen en verregaand toe te kunnen passen.

IV. De ervaring van de opbouw van het socialisme in de Sowjet-Unie is tot op heden de eerste en enige poging tot vestiging van het socialisme gedurende een kort tijdsbestek, welke in de geschiedenis van de mensheid slechts een moment heeft geduurd. Deze poging kon op géén enkele vroegere ervaring, ook niet om uit vergissingen lering te trekken, steunen. Letterlijk alles diende in de praktijk te worden geleerd, volgens de methode vallen en opstaan. Aan de economische basis zowel als in de ideologische bovenbouw, in de klassenrelaties, in alle menselijke relaties überhaupt. Zoals bij alles wat nieuw is diende letterlijk alles in de praktijk te worden beproefd teneinde door middel van de methode van kritiek en zelfkritiek alles wat de vooruitgang bevorderde te kunnen scheiden van alles wat haar in de weg stond. Soms was het noodzakelijk om enige stappen achterwaarts te zetten teneinde voorwaarts te kunnen gaan, andere wegen en methoden te vinden en opnieuw te beginnen. Gedurende deze eerste werkelijke poging om dit in de wereldgeschiedenis unieke project van een maatschappij zonder uitbuiting en antagonistische klassen in de praktijk om te zetten en om via de ononderbroken revolutie het communisme te bereiken waren fouten en onvolkomenheden, dwaalwegen en soms ook excessen absoluut onvermijdelijk.

V. In de Sowjet-Unie werd de dictatuur van het proletariaat direct na de Oktoberrevolutie van 1917 gevestigd. In haar eerste jaren was zij gedwongen tot het voeren van een burgeroorlog tegen de binnenlandse reactie, die op haar beurt gesteund werd door de imperialistische staten. Het Oorlogscommunisme gedurende deze periode vormde een tijdelijke, maar noodzakelijke fase ter consolidatie van de macht. Toen de verwachte socialistische revoluties in West-Europa echter uitbleven, zag Rusland zich gedwongen om op zich alleen gesteld een begin te maken – onder de voorwaarden van de omsingeling van de kant van de imperialistisch-kapitalistische wereld – met de opbouw van het socialisme in één land. De dictatuur van het proletariaat vormde in de beginjaren van de revolutie de belangrijkste productiemiddelen om in staatseigendom, onteigende de grote bourgeoisie en de landheren, liquideerde deze als klasse en verwezenlijkte hoofdzakelijk de nog onvoltooide taken van de democratische revolutie. Na de overwinning in de burgeroorlog bleek het noodzakelijk over te gaan tot een Nieuwe Economische Politiek (NEP) om te verhinderen dat grote delen van de massa der boeren evenals de kleine en middelgrote bourgeoisie in de steden de fronten zouden wisselen en over zouden lopen naar de contrarevolutie alsmede om de materiële grondslagen van het socialisme te ontwikkelen. In 1929 ging men tegenover de koelaken (hereboeren), die op het platteland de klassebasis van de contrarevolutie vormden, over van de politiek van onder controle houden naar die van liquidatie. Deze politiek was in essentie een tweede revolutie met als doel de vernietiging van de bourgeoisie als klasse. Deze revolutie kon in 1934 met de daadwerkelijke liquidatie van de koelaken succesvol worden beëindigd.

VI. In de Sowjet-Unie werd de opbouw van het socialisme onder de heerschappij van de dictatuur van het proletariaat in een land, dat door imperialistische en reactionaire staten was omsingeld, onder de meest moeilijke omstandigheden ter hand genomen. Bij het verwezenlijken van deze gigantische taak werden zeer grote successen behaald. De ervaring bij de vestiging van het socialisme in de Sowjet-Unie heeft het volgende aangetoond: Onder de dictatuur van het proletariaat is het ondanks alle gebreken en fouten mogelijk om de leefomstandigheden van de arbeiders en werkenden op alle gebieden fundamenteel te veranderen; het is mogelijk om enorme positieve veranderingen voor arbeiders en werkenden tot stand te brengen. Géén enkel aspect van de latere ontwikkelingen, géén enkele ,,restauratie”, kon en kan deze buitengewone resultaten ongedaan maken of doen vergeten! Ook de in de volksdemocratische staten onder leiding van het proletariaat behaalde successen ten gunste van de arbeiders en werkenden zijn onvergelijkelijk groter als alle eventuele successen onder wat voor burgerlijke heerschappij dan ook.

VII. De dictatuur van het proletariaat in de Sowjet-Unie, die na de Oktoberrevolutie van 1917 werd gevestigd, is een dictatuur, in welke de Communistische Partij (Bolsjewiki), die de voorhoede van het proletariaat in haar gelederen verenigt en het bondgenootschap van het proletariaat met de massa der arme boeren in de praktijk heeft verwezenlijkt, de politieke macht met géén enkele andere politieke partij heeft gedeeld. De Communistische Partij (B) is de leidinggevende politieke kracht van deze dictatuur.

VIII. De dictatuur van het proletariaat in de Sowjet-Unie werd ten val gebracht door de machtsovername van de bourgeoisie in de belichaming van het Chroesjtsjow-revisionisme binnen de CPSU en binnen het gehele door de CPSU geleide economische en staatsapparaat. De heerschappij van het revisionisme is de heerschappij van de bourgeoisie. Dáár, waar het revisionisme, d.w.z. de bourgeoisie, aan de macht is, kan er géén sprake zijn van een dictatuur van het proletariaat of van het socialisme! De staten van het zogeheten ,,reëel bestaande socialisme” waren in werkelijkheid zich achter een socialistisch masker verbergende sociaalfascistische dictaturen van een nieuw type van bourgeoisie, namelijk de bureaucratisch-technocratische staatsbourgeoisie.

IX. De volledige machtsovername van het Chroesjtsjow-revisionisme in de Sowjet-Unie vond plaats gedurende het 20e Partijcongres van de CPSU, waar het openlijk en officieel werd verkondigd. De betekenis van dit Partijcongres is gelegen in het feit dat een volledig tot ontwikkeling gekomen, consistente, revisionistische politieke lijn officieel en met de volle autoriteit van het Partijcongres tot partijlijn werd verheven.

X. Het revisionisme binnen de CPSU is op het 20e Partijcongres natuurlijk niet plotsklaps, zo te zeggen van de ene dag op de andere, aan de macht gekomen. Deze datum markeert slechts de officiële en openlijke voltooiing van haar machtsovername. De geschiedenis van de Communistische Partij (Bolsjewiki) was van meet af aan ook een geschiedenis van strijd tegen opportunisme en revisionisme. Het revisionisme stak al in de jaren van de socialistische opbouw o.l.v. Stalin in verschillende vormen de kop op. Vanaf het midden van de dertiger jaren manifesteerde het zich, in diverse sectoren, in de vorm van de politieke verdediging van de bijzondere belangen van de kleine boeren alsmede die van de laag van de gedegenereerde leiders in de staatsbedrijven en kolchozen zowel als ook die van de geprivilegieerde partij- en staatsbureaucraten onder het mom van de verdediging van het socialisme. Tegen deze revisionistische ideeën en hun aanhangers voerde men al in de dertiger en veertiger jaren een verbeten ideologische en politieke strijd. In deze strijd werden wat de methoden betreft ten dele niet te onderschatten fouten begaan. Deze fouten boden aan de revisionisten gunstige gelegenheden, waar achter deze zich goed konden verschuilen. In het begin van de jaren ‘50 had het revisionisme binnen de Partij al vele belangrijke posities veroverd.

XI. Hierbij speelden zowel de ongekend zware verliezen onder het partijkader tijdens de laatste wereldoorlog als ook de euforische stemming, ontstaan door de succesvolle wederopbouw, waar door gevaarlijke opvattingen als ,,het socialisme heeft definitief gezegevierd, een terugkeer naar het kapitalisme is uitgesloten” konden gedijen, een doorslaggevende rol. Hoe door en door foutief en verraderlijk deze misplaatste euforie was, bewijzen de alinea’s m.b.t. de interne toestand in de Partij, vervat in het verslag van het Politbureau aan het 19e Partijcongres (1952), heel open en duidelijk. Het gevaar van het revisionisme in de Partij zelf was destijds al heel ver voortgeschreden.

XII. Met de dood van Stalin (maart 1953) viel het enige en laatste obstakel, dat een machtsovername door het revisionisme nog in de weg stond. Tijdens de eerste plenaire zitting van het Centraal Comité na Stalins dood, in juli 1953, slaagden de Chroejtsjow-revisionisten erin om enige besluiten erdoor te drukken,waar tegen Stalin zelf nog heftig in zijn bijdrage tot het debat m.b.t. ,,economische problemen van het socialisme in de USSR” had gepolemiseerd. Bijvoorbeeld het besluit dat de weg vrij maakte voor de opheffing van de Machine-Tractorenstations (MTS) alsmede het besluit, dat het primaat van de ontwikkeling van de zware industrie afzwakte tot een conjuncturele kwestie. Tal van zaken tonen aan dat het revisionisme reeds tijdens de laatste jaren van Stalin binnen de Partij een meerderheidspositie had veroverd. De aanwezigheid van Stalin met zijn terechte enorme autoriteit binnen de CPSU(B) evenals binnen de gehele communistische wereldbeweging vormde de allesbeslissende factor, welke verhinderde dat het revisionisme nog tijdens zijn leven tot officiële partijlijn kon worden.

XIII. Het bovenstaande toont op haar beurt, dat in de jaren 1953-54 een aanzienlijk deel van de leden van de CPSU communisten waren, die zich de marxistisch-leninistische gedachte niet of slechts zeer ten dele eigen hadden gemaakt; dat een groot gedeelte van de partijgenoten kennelijk niet in staat was om het verschil te zien tussen het marxisme-leninisme en revisionistische opvattingen, waaraan het etiket van het marxisme-leninisme was bevestigd, en het revisionisme te bestrijden. Zodoende was het mogelijk dat de revisionistische ideeën in de Partij wortel konden schieten en uiteindelijk zich konden ontwikkelen tot de officiële partijlijn zonder daarbij op echt groot verzet te stuiten. Indien de voorhoede organisatie zich al in een dergelijke toestand bevond, dan is het zonneklaar dat het socialisme in de Sowjet-Unie zich nog niet echt ver had ontwikkeld en dat de arbeiders en de werkende massa’s zich het socialisme nog niet werkelijk eigen hadden gemaakt. Als het lot van het socialisme, haar voortbestaan of ondergang, dusdanig van één enkele persoon afhangt, dan was en is het absoluut foutief om te stellen dat het socialisme hecht verankerd zou zijn onder de arbeiders en de werkende massa’s en de socialistische orde dusdanig stabiel, dat een terugkeer naar de verhoudingen van het kapitalisme voor eens en voor altijd uitgesloten zou zijn.

XIV. In deze situatie speelde ook de persoonsverheerlijking rondom de naam en de persoonlijkheid van Stalin een uiterst belangrijke rol. Het ware gezicht van de revisionisten, die de meest ijverige gangmakers en verdedigers van deze persoonsverheerlijking rond Stalin waren en zich er achter verschuilden, werd door vele oprechte communisten, door vele arbeiders en werkenden, die echt het socialisme wilden, onvoldoende onderkend.

De persoonsverheerlijking is een overblijfsel van de oude uitbuitersmaatschappijen. De revisionisten, die op het 20e Partijcongres optraden als zijnde de voorvechters van de strijd tegen de persoonsverheerlijking, teneinde het marxisme-leninsiem zodoende beter te kunnen aanvallen, behoorden voorheen allen tot de meest ijverige gangmakers en verdedigers van de persoonsverheerlijking. De strijd van de marxist-leninisten en vooral van Stalin tegen deze persoonsverheerlijking binnen de CPSU(B) bleek ontoereikend en in laatste instantie niet succesvol. De gevaren die aan deze kwestie waren verbonden, werden onvoldoende onderkend, maar integendeel schromelijk onderschat.

XV. De meest belangrijke fout (zowel op theoretisch als op praktisch-politiek vlak) begingen de marxist-leninisten echter door het grote succes van halverwege de jaren ‘30 (namelijk de daadwerkelijke liquidatie van de uitbuitersklassen van de oude maatschappij als klasse) te beschouwen als de vernietiging van de ,,laatste bronnen van een restauratie van het kapitalisme”.[3] Dit hield een enorme onderschatting in van de gevaren op economisch, ideologisch en politiek gebied, die uitgingen van de nog aanwezige kleinschalige productie, te weten de zich in de ,,persoonlijke schaduweconomieën” binnen de landbouwcoöperaties ontwikkelende kleinschalige productie alsmede van de eigendomsvorm van de kolchos, de vorm van het groepseigendom. Daarenboven werd in deze zienswijze de kwestie van de restauratie uitsluitend gezien als een kwestie van de terugkeer aan de macht van de als klasse geliquideerde uitbuitersklassen van de oude maatschappij. Het gevaar van het ontstaan van een nieuwe bourgeoisie, welke zich tot een nieuweklasse zou kunnen ontwikkelen, werd niet onderken. De ,,terugkeer” in de Sowjet- macht van de ten val gebrachte, geliquideerde oude bourgeoisie, maar integendeel in de vorm van een overname van de macht door een nieuw type van bourgeoisie, welke zich binnen de nieuwe socialistische maatschappij had uitgekristalliseerd.

XVI. Het wezenlijke kenmerk van deze nieuwe bourgeoisie is dat zij niét over privé-eigendom aan de productiemiddelen beschikt. Dit in tegenstelling tot de bourgeoisie in de oude kapitalistische maatschappij, die wél over het privébezit van de productiemiddelen beschikt en daardoor in staat is om het proletariaat en de werkenden uit te buiten. De uitbuiting van de werkers door deze nieuwe bourgeoisie verloopt niet door middel van het privé-eigendom aan de productiemiddelen, het kopen van de loonarbeid en het toeëigenen van de meerwaarde. De nieuwe bourgeoisie, deze laag van bureaucraten en technocraten, ontvangt ogenschijnlijk, evenals alle andere werkenden in de samenleving, een aandeel aan de maatschappelijke rijkdom overeenkomstig hun arbeid. Wat haar echter van de andere werkenden fundamenteel onderscheidt, is haar leidinggevende en doorslaggevende positie. Deze nieuwe laag van bureau- en technocraten neemt de besluiten m.b.t. hoe het maatschappelijk eigendom wordt gebruikt. Feitelijk beschikt zij over de controle op de besluitvorming in deze. In laatste instantie beslist zij wat, hoe en hoeveel er dient te worden geproduceerd en op welke wijze het maatschappelijk product dient te worden verdeeld. Haar doorslaggevende positie wat het maatschappelijke eigendom aangaat onderscheidt haar van de rest van de maatschappelijke lagen.

In een nog niet zo sterk ontwikkelde socialistische maatschappij, die geheel nieuw uit de kapitalistische maatschappij bezig is te ontstaan en zich formeert, waar de socialistische democratie nog nauwelijks is ontwikkeld en waar men zich de socialistische, communistische gedachte nog niet echt eigen heeft gemaakt, zijn alle voorwaarden ervoor gegeven, dat deze laag (van bureaucraten en technocraten) haar positie gebruikt voor haar eigenbelang en de eigen verrijking. In een dergelijk geval ontstaat er een bureauc r a t i s c h-technocratische staats-bourgeoisie, die weliswaar niét beschikt over privé-eigendom aan de productiemiddelen, daarvoor in de plaats echter zich het tien- tot honderdvoudige van het aandeel van een normale werker van de maatschappelijke rijkdom als ,,loon” toeëigent, bovendien privileges bezit en deze steeds meer uitbreidt. Deze laag van de samenleving is, wat haar aandeel aan de maatschappelijke rijkdom en wat haar manier van leven betreft, in essentie niet anders te beschouwen als de bourgeoisie in de kapitalistische landen. Deze nieuwe bureacratisch-technocratische staatsbourgeoisie maakt het gebruik van de Partij en de staat voor haar eigen belangen. Het moderne revisionisme is haar ideologie en politiek.

XVII. De klassenbasis van de restauratie van het kapitalisme wat de economie van de Sowjet-Unie betreft: = In de industrie: – De fabrieksdirecteuren in de staatsbedrijven, die door middel van het ,,directeurenfonds” (waarover alléén zij kunnen beschikken en waarmee zij de beschikking hebben over gigantische economische fondsen) grote privileges genieten, waardoor ze in staat zijn om maatschappelijke rijkdom en privileges te verdelen. – Hun aanhang: De leidinggevende laag van de administratieve bureaucratie in de staatsbedrijven. De groepsleiders in de productie, die in het geval van vervulling of overtreffing van de plannormen enorme premies opstrijken. De meesten onder hen zijn nieuwe technocraten ,,Sowjetintellectuelen”, die oorspronkelijk uit de arbeidersklasse afkomstig zijn, zich hebben ,,opgewerkt”, en in de productie de controlefuncties uitoefenen.

= In de landbouw: – De voorzitters, resp. de leiders, van de sowchozen en vooral van de kolchozen, die over gigantische maatschappelijke fondsen (zij het onder zekere beperkingen) verregaand eigenmachtig kunnen beschikken volgens het principe van de ,,eenhoofdige” leiding. Hun assistenten; – De zich in de kolchozen ,,op het particuliere erf van de coöperatieboeren” voortdurend uitbreidende kleinschalige productie en het particuliere eigendom; verder de nog niet volledig geliquideerde kleinschalige productie voor privé-doeleinden en het privé-eigendom.

= In de financiële en dienstverlenende sector:

– De leiders van de dienstverlenende bedrijven in staatshanden zijn zowel op grond van hun beslissende positie als ook op grond van het aandeel dat ze zich van de maatschappelijke rijkdom toeëigenen alsmede op grond van hun privileges bestanddeel van de bourgeoisie van het nieuwe type. In de financiële sector heerst het staatsmonopolie. Het leidinggevende niveau van alle staatsbanken, welke over grote bevoegdheden beschikt, maakt eveneens deel uit van de bureaucratisch-technocratische staatsbourgeoisie van het nieuwe type. Binnen deze laag van bureau- en technocraten zijn er vast en zeker ook enigen geweest, die niet corrumpeerbaar waren, zij vormden natuurlijk géén deel van deze nieuwe bourgeoisie. Helaas worden zij vanaf een bepaald punt in de ontwikkeling tot een minderheid.

XVIII. Deze bourgeoisie van het nieuwe type is dus niét aangewezen op privébezit van de productiemiddelen. Maar zij is principieel ook niet gekant tegen het kleinschalige en middelgrote privé-eigendom aan productiemiddelen, in zoverre zij aangewezen blijft op de steun van de kant van de kleine en middelgrote producenten. Op de lange termijn echter zal, zolang de liquidatie van het privé-eigendom aan de productiemiddelen welbewust niét op de agenda wordt gezet en gerealiseerd, het kapitalisme, dat immers juist berust op dit privé-bezit van de productiemiddelen, zich naast het staatskapitalisme ontwikkelen, zich gestaag uitbreiden en uiteindelijk de overhand verkrijgen.

 

[1] Te weten: De DDR, CSSR (Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek), VR Polen, VR Hongarije, SR Roemenië, VR Bulgarije, SR Albanië, VR China en de Koreaanse Volksdemocratische Republiek.

[2] De Commune van Parijs, geestdriftig begroet door Marx en Engels, bestond tussen 18 maart en 28 mei 1871.

[3] Lehrbuch der Politischen Okonomie, Moskou 1954, p. 410.
(Gepubliceerd in Bolşevik Partizan #171/2015, vertaling uit het Turks)


Leave a comment

FRANKRIJK: WILDE STAKING TEGEN STAATSREPRESSIE

De havenarbeiders in Le Havre hebben afgelopen woensdag (31 aug. jl.), als antwoord op de arrestatie van twee collega’s door de flics, in een wilde actie de gehele haven platgelegd. De arrestaties staan in verbinding met de gebeurtenissen tijdens de strijdbare massabetoging op 14 juni jl. in Parijs, waar honderdduizenden tegen de arbeidersvijandige wet-El Khomri hadden gedemonstreerd en waarbij het tot een reeks van uiterst miltante confrontaties met de CRS was gekomen.

lehavre_1

Terwijl het tijdens de eigenlijke betoging vooral confrontaties betrof tussen het enkele duizend militanten omvattende (autonome) frontblok en de flics, vond er na afloop van de officiële betoging ook een uiterst heftige confrontatie plaats op en rond de centrale parkeerplaats van de bussen van de uit het gehele land toegestroomde vakbondsmilitanten. Hoewel de flics bepaald niet zuinig omsprongen bij de inzet van CS-gas (zoals we dat van hen gewend zijn!), kon dit niet verhinderen dat ze hier en daar goed op hun lazer kregen, m.n. door toedoen van de havenarbeiders uit Le Havre, die erom bekend staan bijzonder goed georganiseerd en militant te zijn.

Nadat het nieuws van de arrestatie van de beide collega’s de ronde had gedaan, ging onmiddellijk de gehele haven plat, met inbegrip van de containerterminal. Diverse schepen konden daardoor niet worden afgehandeld, andere zagen zich genoodzaakt naar elders te wijken.

lehavre_2

Voorts werden op verschillende cruciale verbindingswegen van en naar Le Havre brandende barricades opgeworpen, o.a. de veerverbinding naar het Engelse Portsmouth werd daardoor lamgelegd. In de hoofdstad zelf liepen een paar honderd woedende arbeidersmilitanten te hoop voor het flikkencommissariaat, waar de twee opgepakte collega’s naar toe waren gebracht.

Pas nadat ’s avonds laat de betrokken collega’s weer op vrije voet waren gesteld, werd het werk weer hervat. Ook de landelijke leiding van de CGT-vakcentrale zag zich gedwongen – geconfronteerd met de militante stemming aan de basis – om haar onvoorwaardelijke steun te betuigen aan de beide opgepakte collega’s alsmede aan de wilde stakingsacties.

lehavre_3