ACN/AKN Nederland

Anti-Capitalist Network / Anti-Kapitalistisch Netwerk


Leave a comment

ACHTTIEN STELLINGEN MET BETREKKING TOT DE RESTAURATIE VAN HET KAPITALISME IN DE SOWJET-UNIE

 

Poging tot een alomvattende analyse

Hieronder documenteren we in een Nederlandse vertaling de achttien stellingen betreffende de restauratie van het kapitalisme in de Sowjet-Unie, zoals gepubliceerd in Bolşevik Partizan 171/2015. De achttien stellingen werden unaniem aangenomen op het 10e partijcongres van de BP/Noordkoerdistan-Turkije en vormen een beknopte samenvatting van een uitvoerig theoretisch werk met betrekking tot dit thema.

 

I. Rusland (later de USSR) onder de leiding van de Communistische Partij Rusland (Bolsjewiki), later CPSU(B) geheten, is tot op heden het enige land ter wereld geweest, waar (zij het ook slechts gedurende een korte periode) de socialistische revolutie daadwerkelijk heeft gezegevierd en de dictatuur van het proletariaat inderdaad werd gevestigd. Daarom zijn de ervaringen van de Sowjet-Unie, zowel wat de opbouw van het socialisme als ook wat de restauratie van het kapitalisme betreft, het centrale uitgaanspunt in onze analyse. Voor de huidige strijd is het absoluut noodzakelijk om theorie en praktijk van deze maatschappelijke processen in de Sowjet-Unie grondig te bestuderen teneinde daaruit de nodige lessen te kunnen trekken.

II. De na de Tweede Wereldoorlog ontstane volksdemocratische staten[1] waren géén dictaturen van het proletariaat.

In al deze staten werden de gunstige voorwaarden voor de overgang naar de dictatuur van het proletariaat niet juist beoordeeld. In flagrante tegenspraak met de marxistisch-leninistische leer van de dictatuur van het proletariaat werd de heerschappij van de volksdemocratieën tot een specifieke vorm van de dictatuur van het proletariaat bestempeld. In de VR China werden er ten tijde van de Grote Proletarische Culturele Revolutie radicale stappen gezet in de richting van de overgang naar de dictatuur van het proletariaat; echter, uiteindelijk slaagde men er niet in die overgang ook daadwerkelijk te realiseren.

III. De eerste poging tot vestiging van de dictatuur van het proletariaat, de Commune van Parijs[2], duurde exact 72 dagen. Zij slaagde er slechts in enige algemene principes en maatregelen m.b.t de opbouw van het socialisme te proclameren. De objectieve voorwaarden hiertoe waren destijds evenwel nog niet rijp genoeg om deze ook daadwerkelijk in praktijk te kunnen brengen en verregaand toe te kunnen passen.

IV. De ervaring van de opbouw van het socialisme in de Sowjet-Unie is tot op heden de eerste en enige poging tot vestiging van het socialisme gedurende een kort tijdsbestek, welke in de geschiedenis van de mensheid slechts een moment heeft geduurd. Deze poging kon op géén enkele vroegere ervaring, ook niet om uit vergissingen lering te trekken, steunen. Letterlijk alles diende in de praktijk te worden geleerd, volgens de methode vallen en opstaan. Aan de economische basis zowel als in de ideologische bovenbouw, in de klassenrelaties, in alle menselijke relaties überhaupt. Zoals bij alles wat nieuw is diende letterlijk alles in de praktijk te worden beproefd teneinde door middel van de methode van kritiek en zelfkritiek alles wat de vooruitgang bevorderde te kunnen scheiden van alles wat haar in de weg stond. Soms was het noodzakelijk om enige stappen achterwaarts te zetten teneinde voorwaarts te kunnen gaan, andere wegen en methoden te vinden en opnieuw te beginnen. Gedurende deze eerste werkelijke poging om dit in de wereldgeschiedenis unieke project van een maatschappij zonder uitbuiting en antagonistische klassen in de praktijk om te zetten en om via de ononderbroken revolutie het communisme te bereiken waren fouten en onvolkomenheden, dwaalwegen en soms ook excessen absoluut onvermijdelijk.

V. In de Sowjet-Unie werd de dictatuur van het proletariaat direct na de Oktoberrevolutie van 1917 gevestigd. In haar eerste jaren was zij gedwongen tot het voeren van een burgeroorlog tegen de binnenlandse reactie, die op haar beurt gesteund werd door de imperialistische staten. Het Oorlogscommunisme gedurende deze periode vormde een tijdelijke, maar noodzakelijke fase ter consolidatie van de macht. Toen de verwachte socialistische revoluties in West-Europa echter uitbleven, zag Rusland zich gedwongen om op zich alleen gesteld een begin te maken – onder de voorwaarden van de omsingeling van de kant van de imperialistisch-kapitalistische wereld – met de opbouw van het socialisme in één land. De dictatuur van het proletariaat vormde in de beginjaren van de revolutie de belangrijkste productiemiddelen om in staatseigendom, onteigende de grote bourgeoisie en de landheren, liquideerde deze als klasse en verwezenlijkte hoofdzakelijk de nog onvoltooide taken van de democratische revolutie. Na de overwinning in de burgeroorlog bleek het noodzakelijk over te gaan tot een Nieuwe Economische Politiek (NEP) om te verhinderen dat grote delen van de massa der boeren evenals de kleine en middelgrote bourgeoisie in de steden de fronten zouden wisselen en over zouden lopen naar de contrarevolutie alsmede om de materiële grondslagen van het socialisme te ontwikkelen. In 1929 ging men tegenover de koelaken (hereboeren), die op het platteland de klassebasis van de contrarevolutie vormden, over van de politiek van onder controle houden naar die van liquidatie. Deze politiek was in essentie een tweede revolutie met als doel de vernietiging van de bourgeoisie als klasse. Deze revolutie kon in 1934 met de daadwerkelijke liquidatie van de koelaken succesvol worden beëindigd.

VI. In de Sowjet-Unie werd de opbouw van het socialisme onder de heerschappij van de dictatuur van het proletariaat in een land, dat door imperialistische en reactionaire staten was omsingeld, onder de meest moeilijke omstandigheden ter hand genomen. Bij het verwezenlijken van deze gigantische taak werden zeer grote successen behaald. De ervaring bij de vestiging van het socialisme in de Sowjet-Unie heeft het volgende aangetoond: Onder de dictatuur van het proletariaat is het ondanks alle gebreken en fouten mogelijk om de leefomstandigheden van de arbeiders en werkenden op alle gebieden fundamenteel te veranderen; het is mogelijk om enorme positieve veranderingen voor arbeiders en werkenden tot stand te brengen. Géén enkel aspect van de latere ontwikkelingen, géén enkele ,,restauratie”, kon en kan deze buitengewone resultaten ongedaan maken of doen vergeten! Ook de in de volksdemocratische staten onder leiding van het proletariaat behaalde successen ten gunste van de arbeiders en werkenden zijn onvergelijkelijk groter als alle eventuele successen onder wat voor burgerlijke heerschappij dan ook.

VII. De dictatuur van het proletariaat in de Sowjet-Unie, die na de Oktoberrevolutie van 1917 werd gevestigd, is een dictatuur, in welke de Communistische Partij (Bolsjewiki), die de voorhoede van het proletariaat in haar gelederen verenigt en het bondgenootschap van het proletariaat met de massa der arme boeren in de praktijk heeft verwezenlijkt, de politieke macht met géén enkele andere politieke partij heeft gedeeld. De Communistische Partij (B) is de leidinggevende politieke kracht van deze dictatuur.

VIII. De dictatuur van het proletariaat in de Sowjet-Unie werd ten val gebracht door de machtsovername van de bourgeoisie in de belichaming van het Chroesjtsjow-revisionisme binnen de CPSU en binnen het gehele door de CPSU geleide economische en staatsapparaat. De heerschappij van het revisionisme is de heerschappij van de bourgeoisie. Dáár, waar het revisionisme, d.w.z. de bourgeoisie, aan de macht is, kan er géén sprake zijn van een dictatuur van het proletariaat of van het socialisme! De staten van het zogeheten ,,reëel bestaande socialisme” waren in werkelijkheid zich achter een socialistisch masker verbergende sociaalfascistische dictaturen van een nieuw type van bourgeoisie, namelijk de bureaucratisch-technocratische staatsbourgeoisie.

IX. De volledige machtsovername van het Chroesjtsjow-revisionisme in de Sowjet-Unie vond plaats gedurende het 20e Partijcongres van de CPSU, waar het openlijk en officieel werd verkondigd. De betekenis van dit Partijcongres is gelegen in het feit dat een volledig tot ontwikkeling gekomen, consistente, revisionistische politieke lijn officieel en met de volle autoriteit van het Partijcongres tot partijlijn werd verheven.

X. Het revisionisme binnen de CPSU is op het 20e Partijcongres natuurlijk niet plotsklaps, zo te zeggen van de ene dag op de andere, aan de macht gekomen. Deze datum markeert slechts de officiële en openlijke voltooiing van haar machtsovername. De geschiedenis van de Communistische Partij (Bolsjewiki) was van meet af aan ook een geschiedenis van strijd tegen opportunisme en revisionisme. Het revisionisme stak al in de jaren van de socialistische opbouw o.l.v. Stalin in verschillende vormen de kop op. Vanaf het midden van de dertiger jaren manifesteerde het zich, in diverse sectoren, in de vorm van de politieke verdediging van de bijzondere belangen van de kleine boeren alsmede die van de laag van de gedegenereerde leiders in de staatsbedrijven en kolchozen zowel als ook die van de geprivilegieerde partij- en staatsbureaucraten onder het mom van de verdediging van het socialisme. Tegen deze revisionistische ideeën en hun aanhangers voerde men al in de dertiger en veertiger jaren een verbeten ideologische en politieke strijd. In deze strijd werden wat de methoden betreft ten dele niet te onderschatten fouten begaan. Deze fouten boden aan de revisionisten gunstige gelegenheden, waar achter deze zich goed konden verschuilen. In het begin van de jaren ‘50 had het revisionisme binnen de Partij al vele belangrijke posities veroverd.

XI. Hierbij speelden zowel de ongekend zware verliezen onder het partijkader tijdens de laatste wereldoorlog als ook de euforische stemming, ontstaan door de succesvolle wederopbouw, waar door gevaarlijke opvattingen als ,,het socialisme heeft definitief gezegevierd, een terugkeer naar het kapitalisme is uitgesloten” konden gedijen, een doorslaggevende rol. Hoe door en door foutief en verraderlijk deze misplaatste euforie was, bewijzen de alinea’s m.b.t. de interne toestand in de Partij, vervat in het verslag van het Politbureau aan het 19e Partijcongres (1952), heel open en duidelijk. Het gevaar van het revisionisme in de Partij zelf was destijds al heel ver voortgeschreden.

XII. Met de dood van Stalin (maart 1953) viel het enige en laatste obstakel, dat een machtsovername door het revisionisme nog in de weg stond. Tijdens de eerste plenaire zitting van het Centraal Comité na Stalins dood, in juli 1953, slaagden de Chroejtsjow-revisionisten erin om enige besluiten erdoor te drukken,waar tegen Stalin zelf nog heftig in zijn bijdrage tot het debat m.b.t. ,,economische problemen van het socialisme in de USSR” had gepolemiseerd. Bijvoorbeeld het besluit dat de weg vrij maakte voor de opheffing van de Machine-Tractorenstations (MTS) alsmede het besluit, dat het primaat van de ontwikkeling van de zware industrie afzwakte tot een conjuncturele kwestie. Tal van zaken tonen aan dat het revisionisme reeds tijdens de laatste jaren van Stalin binnen de Partij een meerderheidspositie had veroverd. De aanwezigheid van Stalin met zijn terechte enorme autoriteit binnen de CPSU(B) evenals binnen de gehele communistische wereldbeweging vormde de allesbeslissende factor, welke verhinderde dat het revisionisme nog tijdens zijn leven tot officiële partijlijn kon worden.

XIII. Het bovenstaande toont op haar beurt, dat in de jaren 1953-54 een aanzienlijk deel van de leden van de CPSU communisten waren, die zich de marxistisch-leninistische gedachte niet of slechts zeer ten dele eigen hadden gemaakt; dat een groot gedeelte van de partijgenoten kennelijk niet in staat was om het verschil te zien tussen het marxisme-leninisme en revisionistische opvattingen, waaraan het etiket van het marxisme-leninisme was bevestigd, en het revisionisme te bestrijden. Zodoende was het mogelijk dat de revisionistische ideeën in de Partij wortel konden schieten en uiteindelijk zich konden ontwikkelen tot de officiële partijlijn zonder daarbij op echt groot verzet te stuiten. Indien de voorhoede organisatie zich al in een dergelijke toestand bevond, dan is het zonneklaar dat het socialisme in de Sowjet-Unie zich nog niet echt ver had ontwikkeld en dat de arbeiders en de werkende massa’s zich het socialisme nog niet werkelijk eigen hadden gemaakt. Als het lot van het socialisme, haar voortbestaan of ondergang, dusdanig van één enkele persoon afhangt, dan was en is het absoluut foutief om te stellen dat het socialisme hecht verankerd zou zijn onder de arbeiders en de werkende massa’s en de socialistische orde dusdanig stabiel, dat een terugkeer naar de verhoudingen van het kapitalisme voor eens en voor altijd uitgesloten zou zijn.

XIV. In deze situatie speelde ook de persoonsverheerlijking rondom de naam en de persoonlijkheid van Stalin een uiterst belangrijke rol. Het ware gezicht van de revisionisten, die de meest ijverige gangmakers en verdedigers van deze persoonsverheerlijking rond Stalin waren en zich er achter verschuilden, werd door vele oprechte communisten, door vele arbeiders en werkenden, die echt het socialisme wilden, onvoldoende onderkend.

De persoonsverheerlijking is een overblijfsel van de oude uitbuitersmaatschappijen. De revisionisten, die op het 20e Partijcongres optraden als zijnde de voorvechters van de strijd tegen de persoonsverheerlijking, teneinde het marxisme-leninsiem zodoende beter te kunnen aanvallen, behoorden voorheen allen tot de meest ijverige gangmakers en verdedigers van de persoonsverheerlijking. De strijd van de marxist-leninisten en vooral van Stalin tegen deze persoonsverheerlijking binnen de CPSU(B) bleek ontoereikend en in laatste instantie niet succesvol. De gevaren die aan deze kwestie waren verbonden, werden onvoldoende onderkend, maar integendeel schromelijk onderschat.

XV. De meest belangrijke fout (zowel op theoretisch als op praktisch-politiek vlak) begingen de marxist-leninisten echter door het grote succes van halverwege de jaren ‘30 (namelijk de daadwerkelijke liquidatie van de uitbuitersklassen van de oude maatschappij als klasse) te beschouwen als de vernietiging van de ,,laatste bronnen van een restauratie van het kapitalisme”.[3] Dit hield een enorme onderschatting in van de gevaren op economisch, ideologisch en politiek gebied, die uitgingen van de nog aanwezige kleinschalige productie, te weten de zich in de ,,persoonlijke schaduweconomieën” binnen de landbouwcoöperaties ontwikkelende kleinschalige productie alsmede van de eigendomsvorm van de kolchos, de vorm van het groepseigendom. Daarenboven werd in deze zienswijze de kwestie van de restauratie uitsluitend gezien als een kwestie van de terugkeer aan de macht van de als klasse geliquideerde uitbuitersklassen van de oude maatschappij. Het gevaar van het ontstaan van een nieuwe bourgeoisie, welke zich tot een nieuweklasse zou kunnen ontwikkelen, werd niet onderken. De ,,terugkeer” in de Sowjet- macht van de ten val gebrachte, geliquideerde oude bourgeoisie, maar integendeel in de vorm van een overname van de macht door een nieuw type van bourgeoisie, welke zich binnen de nieuwe socialistische maatschappij had uitgekristalliseerd.

XVI. Het wezenlijke kenmerk van deze nieuwe bourgeoisie is dat zij niét over privé-eigendom aan de productiemiddelen beschikt. Dit in tegenstelling tot de bourgeoisie in de oude kapitalistische maatschappij, die wél over het privébezit van de productiemiddelen beschikt en daardoor in staat is om het proletariaat en de werkenden uit te buiten. De uitbuiting van de werkers door deze nieuwe bourgeoisie verloopt niet door middel van het privé-eigendom aan de productiemiddelen, het kopen van de loonarbeid en het toeëigenen van de meerwaarde. De nieuwe bourgeoisie, deze laag van bureaucraten en technocraten, ontvangt ogenschijnlijk, evenals alle andere werkenden in de samenleving, een aandeel aan de maatschappelijke rijkdom overeenkomstig hun arbeid. Wat haar echter van de andere werkenden fundamenteel onderscheidt, is haar leidinggevende en doorslaggevende positie. Deze nieuwe laag van bureau- en technocraten neemt de besluiten m.b.t. hoe het maatschappelijk eigendom wordt gebruikt. Feitelijk beschikt zij over de controle op de besluitvorming in deze. In laatste instantie beslist zij wat, hoe en hoeveel er dient te worden geproduceerd en op welke wijze het maatschappelijk product dient te worden verdeeld. Haar doorslaggevende positie wat het maatschappelijke eigendom aangaat onderscheidt haar van de rest van de maatschappelijke lagen.

In een nog niet zo sterk ontwikkelde socialistische maatschappij, die geheel nieuw uit de kapitalistische maatschappij bezig is te ontstaan en zich formeert, waar de socialistische democratie nog nauwelijks is ontwikkeld en waar men zich de socialistische, communistische gedachte nog niet echt eigen heeft gemaakt, zijn alle voorwaarden ervoor gegeven, dat deze laag (van bureaucraten en technocraten) haar positie gebruikt voor haar eigenbelang en de eigen verrijking. In een dergelijk geval ontstaat er een bureauc r a t i s c h-technocratische staats-bourgeoisie, die weliswaar niét beschikt over privé-eigendom aan de productiemiddelen, daarvoor in de plaats echter zich het tien- tot honderdvoudige van het aandeel van een normale werker van de maatschappelijke rijkdom als ,,loon” toeëigent, bovendien privileges bezit en deze steeds meer uitbreidt. Deze laag van de samenleving is, wat haar aandeel aan de maatschappelijke rijkdom en wat haar manier van leven betreft, in essentie niet anders te beschouwen als de bourgeoisie in de kapitalistische landen. Deze nieuwe bureacratisch-technocratische staatsbourgeoisie maakt het gebruik van de Partij en de staat voor haar eigen belangen. Het moderne revisionisme is haar ideologie en politiek.

XVII. De klassenbasis van de restauratie van het kapitalisme wat de economie van de Sowjet-Unie betreft: = In de industrie: – De fabrieksdirecteuren in de staatsbedrijven, die door middel van het ,,directeurenfonds” (waarover alléén zij kunnen beschikken en waarmee zij de beschikking hebben over gigantische economische fondsen) grote privileges genieten, waardoor ze in staat zijn om maatschappelijke rijkdom en privileges te verdelen. – Hun aanhang: De leidinggevende laag van de administratieve bureaucratie in de staatsbedrijven. De groepsleiders in de productie, die in het geval van vervulling of overtreffing van de plannormen enorme premies opstrijken. De meesten onder hen zijn nieuwe technocraten ,,Sowjetintellectuelen”, die oorspronkelijk uit de arbeidersklasse afkomstig zijn, zich hebben ,,opgewerkt”, en in de productie de controlefuncties uitoefenen.

= In de landbouw: – De voorzitters, resp. de leiders, van de sowchozen en vooral van de kolchozen, die over gigantische maatschappelijke fondsen (zij het onder zekere beperkingen) verregaand eigenmachtig kunnen beschikken volgens het principe van de ,,eenhoofdige” leiding. Hun assistenten; – De zich in de kolchozen ,,op het particuliere erf van de coöperatieboeren” voortdurend uitbreidende kleinschalige productie en het particuliere eigendom; verder de nog niet volledig geliquideerde kleinschalige productie voor privé-doeleinden en het privé-eigendom.

= In de financiële en dienstverlenende sector:

– De leiders van de dienstverlenende bedrijven in staatshanden zijn zowel op grond van hun beslissende positie als ook op grond van het aandeel dat ze zich van de maatschappelijke rijkdom toeëigenen alsmede op grond van hun privileges bestanddeel van de bourgeoisie van het nieuwe type. In de financiële sector heerst het staatsmonopolie. Het leidinggevende niveau van alle staatsbanken, welke over grote bevoegdheden beschikt, maakt eveneens deel uit van de bureaucratisch-technocratische staatsbourgeoisie van het nieuwe type. Binnen deze laag van bureau- en technocraten zijn er vast en zeker ook enigen geweest, die niet corrumpeerbaar waren, zij vormden natuurlijk géén deel van deze nieuwe bourgeoisie. Helaas worden zij vanaf een bepaald punt in de ontwikkeling tot een minderheid.

XVIII. Deze bourgeoisie van het nieuwe type is dus niét aangewezen op privébezit van de productiemiddelen. Maar zij is principieel ook niet gekant tegen het kleinschalige en middelgrote privé-eigendom aan productiemiddelen, in zoverre zij aangewezen blijft op de steun van de kant van de kleine en middelgrote producenten. Op de lange termijn echter zal, zolang de liquidatie van het privé-eigendom aan de productiemiddelen welbewust niét op de agenda wordt gezet en gerealiseerd, het kapitalisme, dat immers juist berust op dit privé-bezit van de productiemiddelen, zich naast het staatskapitalisme ontwikkelen, zich gestaag uitbreiden en uiteindelijk de overhand verkrijgen.

 

[1] Te weten: De DDR, CSSR (Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek), VR Polen, VR Hongarije, SR Roemenië, VR Bulgarije, SR Albanië, VR China en de Koreaanse Volksdemocratische Republiek.

[2] De Commune van Parijs, geestdriftig begroet door Marx en Engels, bestond tussen 18 maart en 28 mei 1871.

[3] Lehrbuch der Politischen Okonomie, Moskou 1954, p. 410.
(Gepubliceerd in Bolşevik Partizan #171/2015, vertaling uit het Turks)


Leave a comment

FRANKRIJK: WILDE STAKING TEGEN STAATSREPRESSIE

De havenarbeiders in Le Havre hebben afgelopen woensdag (31 aug. jl.), als antwoord op de arrestatie van twee collega’s door de flics, in een wilde actie de gehele haven platgelegd. De arrestaties staan in verbinding met de gebeurtenissen tijdens de strijdbare massabetoging op 14 juni jl. in Parijs, waar honderdduizenden tegen de arbeidersvijandige wet-El Khomri hadden gedemonstreerd en waarbij het tot een reeks van uiterst miltante confrontaties met de CRS was gekomen.

lehavre_1

Terwijl het tijdens de eigenlijke betoging vooral confrontaties betrof tussen het enkele duizend militanten omvattende (autonome) frontblok en de flics, vond er na afloop van de officiële betoging ook een uiterst heftige confrontatie plaats op en rond de centrale parkeerplaats van de bussen van de uit het gehele land toegestroomde vakbondsmilitanten. Hoewel de flics bepaald niet zuinig omsprongen bij de inzet van CS-gas (zoals we dat van hen gewend zijn!), kon dit niet verhinderen dat ze hier en daar goed op hun lazer kregen, m.n. door toedoen van de havenarbeiders uit Le Havre, die erom bekend staan bijzonder goed georganiseerd en militant te zijn.

Nadat het nieuws van de arrestatie van de beide collega’s de ronde had gedaan, ging onmiddellijk de gehele haven plat, met inbegrip van de containerterminal. Diverse schepen konden daardoor niet worden afgehandeld, andere zagen zich genoodzaakt naar elders te wijken.

lehavre_2

Voorts werden op verschillende cruciale verbindingswegen van en naar Le Havre brandende barricades opgeworpen, o.a. de veerverbinding naar het Engelse Portsmouth werd daardoor lamgelegd. In de hoofdstad zelf liepen een paar honderd woedende arbeidersmilitanten te hoop voor het flikkencommissariaat, waar de twee opgepakte collega’s naar toe waren gebracht.

Pas nadat ’s avonds laat de betrokken collega’s weer op vrije voet waren gesteld, werd het werk weer hervat. Ook de landelijke leiding van de CGT-vakcentrale zag zich gedwongen – geconfronteerd met de militante stemming aan de basis – om haar onvoorwaardelijke steun te betuigen aan de beide opgepakte collega’s alsmede aan de wilde stakingsacties.

lehavre_3


Leave a comment

TERRORISTISCHE AANSLAGEN EN RACISTISCHE REACTIE – PSEUDO-TROTZKISTEN RECRUTEREN HULPTROEPEN VOOR DE KAPITALISTISCHE POLITIE

doen trillen. In Frankrijk heeft de regering-Hollande de gelegenheid aangegrepen om op de televisie rond de klok haar racistische propaganda-apparaat op volle toeren te laten draaien. Valls heeft er nog aan toegevoegd (in de Libé dd. 13 april jl.) dat het bewijs, dat de Islam verenigbaar is met de Franse (kapitalistische) republiek, nog steeds niet is geleverd. Het doel is overduidelijk: Het verdelen van de arbeidersklasse in ,,Fransen” en ,,moslems” (d.w.z. in essentie de jongeren afkomstig uit families, die van oorsprong stammen uit de Maghreb- en Sahellanden), daarbij insinuerend dat de laatsten allen ervoor vatbaar zouden zijn om bij het minste of geringste over te gaan tot de jihad. Met een zekere voldoening hebben we tijdens de manifestaties van de afgelopen maanden tegen de wet-El Khomri kunnen constateren, dat zeer velen zich niet meer laten misleiden en dat het de manifestanten zélf zijn die het verband leggen tussen de aanvallen op de arbeidersklasse ener- en de racistische oorlog ‘tegen het terrorisme’ anderzijds. NEEN TEGEN DE ‘WAR ON TERROR’! NEEN TEGEN DE RACISTISCHE MOBILISATIES VAN LEGER EN GENDARMERIE! NEEN TEGEN ‘VIGIPIRATE’ EN ‘SENTINELLE’!

Links in België heeft – voor het overgrote deel – terecht de aanslagen van Brussel veroordeeld, maar voor een deel heeft men zich daarbij achter de hysterische law and order-campagne van de regering-Michel geschaard. De ex-communisten van de PVDA/PTB gingen zelfs zo ver om de reactionaire regering rechts te willen inhalen door deze ervan te beschuldigen niet alle noodzakelijke maatregelen op politieel en juridisch gebied te hebben genomen om de jihadistische aanslagen te verhinderen. Het bontst maakte het echter de pseudo-trotzkistische LSP/PSL, de Belgische sectie van de CWI (Comité voor een Arbeidersinternationale, gezeteld in Londen; Nederlandse sectie: De Vonk). De LSP riep de werkers op om zich aan te sluiten bij de ‘law and order’-campagne. In een door haar verspreid pamflet werd unverfroren de eis gesteld: <<Onze veiligheid niet over (te) laten aan de regering en het patronaat!>> Voorts werd opgeroepen tot eenheid ,,tegen de haat en het terrorisme”, geheel in de geest van de sociaal-reformistische voorgangers van de LSP/PSL, die zich tijdens de Eerste wereldoorlog schaarden achter het vaandel van de nationale eenheid tegen het ,,Pruissische militarisme”: <<De arbeidersbeweging dient het initiatief te nemen om deze eenheid nog meer te organiseren en e.e.a. te combineren met specifieke eisen. Wij hebben de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat deze eenheid niet zo danig breed uitgelegd wordt, dat deze ook de wapenhandelaren(!) en oorlogsprofiteurs zou omvatten of ook de verantwoordelijken voor deze bezuinigingspolitiek, die het sociale weefsel heeft verstoord.>>

Naar aanleiding van de initiatieven ,,tegen de haat en het terrorisme” verkondigde de LSP/PSL enigszins opschepperig: <<Wij begroeten deze in positieve zin en zullen actief gaan mobiliseren om er aan deel te nemen. Daar, waar dat mogelijk en noodzakelijk zal zijn, zullen wijzelf het initiatief daartoe nemen.>> En zij stelde vervolgens voor dat de syndicaten ,,bijvoorbeeld overal openbare bijeenkomsten (organiseren) met betrekking tot de wijze waarop de strijd tegen het terrorisme gevoerd dient te worden”.

In deze zin heeft de LSP, hoe heftig haar ontkenningen ook mogen zijn, op haar eigen kleine schaal, bijgedragen aan de legitimatie van een gevaarlijke mobilisering van fascisten van de Génération identitaire op 2 april jl. in Brussel onder de leuze <<Islamisten uitzetten!>>. De jongeren van Molenbeek, die sinds de aanslagen van Parijs van 13 november vorig jaar sowieso al zuchten onder een toestand van permanent staat van beleg van de kant van de flikken, mobiliseerden van hun kant om de fascisten een ‘warm’ welkom te bezorgen, en de dag draaide uit op één groot demonstratief machtsvertoon van de flikken, die tientallen arrestaties verrichtten teneinde de fascisten beter te kunnen beschermen. (Zie voor een uitvoerig verslag hiervan Lutte Ouvrière dd. 8 april jl.) In het kader van haar campagne om de ,,veiligheid” tegen het terrorisme te bevorderen, stelde de LSP de comités ter preventie en bescherming op de werkvloer (CPPT) op de voorgrond. Deze comité’s zijn het equivalent (maar dan geheel en al adviserend) van de Franse CHSCT (in GB: Health and safety committees). Deze health and safety committees, in Frankrijk dus de CHSCT, zijn organen gericht op het voorkomen van risico’s voor de gezondheid en van bedrijfsongevallen, veroorzaakt door onveilig werken door toedoen van het winstbejag van de kapitalisten (in samenwerking evenwel met diezelfde kapitalisten). Door de CPPT te betrekken in de ‘law and order’-campagne tegen het terrorisme echter, betreedt men letterlijk het terrein van de particuliere bewakingsdiensten, die het bewaken van de gebouwen van de kapitalistische ondernemingen tot taak hebben. Niets van dit alles van de kant van deze pseudo-trotzkisten komt voor ons als een verrassing: Integendeel, het is namelijk een van hun uit de geschiedenis bekende leerstellingen, volgens welke de flikken en andere waakhonden van het kapitalistische eigendom ,,proletariërs in uniform” zouden zijn*. Daarentegen stellen wij dat bovengenoemden vijanden van de arbeidersklasse zijn en wij veroordelen dan ook onomwonden de gastvrije ontvangst in de gelederen van de syndicaten, die hen door toedoen van de syndicaatsbureaucratie ten deel wordt, met name die van de ABVV en FGTB. Flikken, beveiligers, cipiers en douanebeambten – Oprotten uit de syndicaten! Oprotten uit de georganiseerde arbeidersbeweging!

Wat de kwestie van nationale eenheid ,,tegen het terrorisme” betreft, zijn de pseudo-trotzkisten van de CWI niet aan hun proefstuk toe. Het zijn meervoudige recidivisten. Hun Franse sectie, Gauche Révolutionnaire, riep in januari 2015 de arbeiders en de jongeren op om zich achter de oorlogszuchtige campagne van de ‘Union Sacrée’ van de kapitalistische en imperialistische regering-Hollande te scharen naar aanleiding van de aanslagen tegen Charlie Hebdo en tegen een joodse supermarkt. Daar kwam nog bij dat men zo gefocust was op Charlie en diens jegens moslems gerichte ,,vrijheid van expressie”, dat de joodse slachtoffers, die werden vermoord terwijl ze slechts hun boodschappen wilden doen, werden vergeten.

GR bestond het zelfs om de sociaal-reformisten van de NPA (‘Nieuwe Antikapitalistische Partij’) te bekritiseren vanuit een rechts perspectief. De NPA had namelijk, inderdaad, deelgenomen aan talrijke republikeinse pro-Charlie manifestatie in de provincie, maar had geweigerd om zich aan te sluiten bij de Parijse manifestaties, waar de racistische crème de la crème van moordenaars van moslems, van Hollande en Cameron tot en met Netanyahou, op kop marcheerde. Volgens GR <<dient men op deze manifestatie aanwezig te zijn, met name om er de afwijzing van het racisme te verdedigen en de huichelachtigheid van Valls en andere politici te veroordelen>>. In werkelijkheid echter leverde GR simpelweg het voetvolk voor Hollande.

Binnen een jaar zijn de pseudo-trotzkisten van de CWI in zekere zin dus opgeschoven van de Union Sacrée ,,Je suis Charlie” naar die van ,,Je suis Charles Michel” (de Belgische eerste minister). Het bovenstaande toont eens te meer aan dat de strijd ter bewerkstelling van de eenheid van de arbeidersklasse op revolutionaire grondslag de genadeloze ontmaskering vereist van dit soort van reformistische charlatans!

______ * Zie het artikel <<De politie en de Duitse Revolutie 1918-1919>> (in: Le Bolchevik, 2015)

 

Molenbeek


Leave a comment

POLEN STEENKOOL-MIJNBOUW: VAKBONDSLEIDING GAAT AKKOORD MET LOONVERLAGING VOOR MIJNWERKERS

Mijnwerkers

Massaprotest van mijnwerkers tegen mijnsluiting in Gliwice (Januari 2016). Vakbondsbureaucratie zet arbeiders het mes op de keel: Loonsverlaging of verlies van arbeidsplaatsen. Echter, ook hier kan de enig juiste keuze slechts zijn: KOERS ZETTEN OP ZELFSTANDIGE STRIJD (zonder en desnoods tègen de vakbondsleiding) NOCH LOONSVERLAGING – NOCH MIJNSLUITING!

Afgelopen dinsdag (19 april jl., red) hebben de in de Poolse mijnbouwsector vertegenwoordigde vakbonden ingestemd met een overeenkomst ,,ter sanering” van de steenkoolmijnbouw. Deze bepaalt dat voor de komende twee jaar de uitbetaling van het zogeheten 14e maandloon wordt opgeschort. Naar eigen zeggen slaagden de bonden erin om een reeks van verdere (reeds geplande) verslechteringen tegen te houden. Zo waren de mijnbouwkapitalisten oorspronkelijk ook van plan geweest om de kerstgratificatie en het gratis kool deputaat* voor de mijnwerkers te schrappen. Uit overwegingen van, zoals het heet, ,,sociale symmetrie,” kregen de bonden het dan gedaan dat eveneens de salarissen van het leidinggevende kader met hetzelfde percentage (namelijk 7,3%) werden verlaagd, als hetgeen het 14e maandloon op een volledig mijnwerkersjaarloon uitmaakt. Op een schriftelijke stemming onder de leden wilden de vakbondsbureaucraten het dan toch liever niet laten aan komen. Ze beperkten zich ertoe het onderhandelingsresultaat op maandag (18 april jl.) op massameetings in de bedrijven aan de basis voor te leggen, waar hetvolgens berichten in de pers zonder al te groot verzet werd aangenomen.

Boguslaw Zietek, leider van de mijnwerkersbond <<Augustus 80>>, verklaarde in Katowice, dat hij de teleurstelling van de mijnwerkers heel goed kon begrijpen. Maar het enige alternatief zou een faillissement van de mijnbouwmaatschappij Kompania Weglowa (KW) zijn geweest. Al in mei vorig jaar dreigde de KW failliet te gaan, wat voor duizenden arbeiders het verlies van hun jobs zou hebben betekend. Het instemmen met de loonsverlaging was de voorwaarde ervoor dat drie andere staatsondernemingen van de energiesector in totaal 1,5 miljard zloty (bijna 4000 miljoen euro) in een nieuwe holding genaamd Polska Grupa Gornicza (PGG) zullen gaan investeren. De PGG dient door middel van de kapitaalsdeelname van de grootste verbruikers de afzet van Poolse kolen te stabiliseren, bestaande kolenmijnen te laten fuseren en via het afbouwen van personeel in de administratie, het wegruimen van parallelle hiërarchieën en een pre-pensioensregeling verdere ‘bezuinigingen’ te realiseren.

Ook al spreekt het akkoord slechts van een ‘opschorting’ van het 14e maandloon, zo mag toch ten zeerste worden betwijfeld of de uitbetaling ervan ooit nog weer zal plaatsvinden. Hierover zal dan in het kader van de onderhandelingen m.b.t. een nieuwe CAO voor de tijd nà 2018 worden gesproken. De economische situatie van de Poolse mijnbouw spreekt echter eerder hiertegen. Te meer, aangezien deze betaling nog ten tijde van het reëel bestaande socialisme was ingevoerd als deelname aan de destijds nog behaalde winst van de mijnbouwondernemingen. Thans zijn de mijnen in hoge mate verliesgevend. Op elke ton kolen dient ongeveer 15 euro te worden toegelegd, dientengevolge liggen er ca. twee miljoen ton opgeslagen. De prijs op de wereldmarkt wordt bepaald door de steenkool uit Rusland, Australië en Zuid-Afrika, die in dagbouw wordt gewonnen. De Poolse steenkool is alleen al op grond van het feit, dat deze in grote diepte moet worden gedolven, niet in staat met de steenkool uit bovengenoemde landen te concurreren. Tot zover zijn arbeiders en managers het nog eens. Ruzie is er echter over hoe dit geologisch nadeel kan worden omgebogen. De mijnbouwkapitalisten en ook de vorige (liberale) regering hadden het al sinds jaren voorzien op de ,,privileges” van de mijnwerkers. De vakbeweging daarentegen verwijst naar andere kostenfactoren, zoals bijvoorbeeld de (semi-staats)eigendomsverhoudingen. Daarom zijn er bij elke regeringswisseling nieuwe chefs benoemd, die over het op dat moment noodzakelijke partijlidmaatschapsboekje beschikten, en hun voorgangers met dikke afkoopsommen weggestuurd. Daarenboven is er rond de mijnen een waar oerwoud aan toelever- en servicefirma’s ontstaan, meestal door de outsourcing van de nevenbedrijven van de mijnbouwondernemingen. Hier heerst het principe van ‘de ene hand wast de andere’: orders worden meestal zonder openbare uitschrijving in opdracht gegeven. In werkelijkheid, aldus de vakbonden, ligt aan de hetze-campagne tegen de Poolse mijnbouw enkel en alleen het feit ten grondslag, dat het één van de laatste industriesectoren met een hoge organisatiegraad is.

Voor de huidige regering o.l.v. Beata Szydlo is het saneren van de mijnbouwsector een taak, die politiek tactgevoel vereist. Vandaar ook de relatief ,,milde” verslechteringen van de arbeidsvoorwaarden voor de arbeiders in de bedrijven. Want met name de vakcentrale Solidarnosc** fungeert als wat zo ongeveer de sociaal-politieke arm van de regeringspartij PiS kan worden genoemd, waarmee de laatste het in géén geval tot een breuk wil laten komen. Zodoende streeft de regering in het kielzog van de herstructurering van de mijnbouw in werkelijkheid een strategie van nationalisatie na. De drie stroomproducenten, die thans in de nieuwe holding PGG investeren, doen dat niet uit eigen zakelijk belang – tot nu toe hadden ze zich tegen zeer gunstige prijzen van Russische kolen voorzien en zijn daarom voor de afzetcrisis van de Poolse steenkool in beslissende mate medeverantwoordelijk – maar op grond van politieke druk hierdoor gedwongen. Tegelijkertijd zullen de zich in het bezit van buitenlandse banken bevindende en op zich in hoge mate waardeloze aandelen van de huidige mijnexploitant in aandelen van de nieuwe maatschappij omgezet en vervolgens door twee (zich in staatshanden bevindende) Poolse banken worden opgekocht. Niet duidelijk is of de Europese Commissie hiermee akkoord gaat. Of echter de Poolse arbeider er enig voordeel bij heeft zich thans voor het zogeheten ‘100% zuivere’ Poolse kapitaal te moeten afbeulen, mag toch zeer worden betwijfeld.

_____

* Deputaat – loon in natura. In dit geval: De hoeveelheid kolen die de mijnwerker door de onderneming voor eigen gebruik ter beschikking wordt gesteld.

** Het handelt zich hier om de n i e u w e vakbond Solidarnosc, niet te verwarren met de oude, nog door Lech Walesa in 1980 opgerichte, Solidarnosc (een contrarevolutionaire organisatie, welke in hoge mate door de CIA werd gesteund).


Leave a comment

WEDEROM EEN MASSAAL PROTEST – ECHTER VOL CORPORATISME EN PROTECTIONISME – DUITSE VAKBONDEN MOBILISEREN VOOR HET BEHOUD VAN DE STAALINDUSTRIE

Stahl-Aktionstag_Duisburg

Duisburg – Großkampftag van de IG Metall

De onrust in de staalindustrie over de dumping van (goedkoop) staal uit China op de Europese markt heeft nu ook de Bondsrepubliek bereikt – dit in de vorm van een Großkampftag van de IG Metall. En wat bleek: Als de Duitse vakbondsbureacratie echt de arbeidersbasis wil mobiliseren voor een bepaald thema, dan KAN ze dat ook op massale schaal! Van de hedendaags 85.000 in de Duitse staalindustrie werkzame arbeiders, voerden op 11-04-jl. 40.000 (!) (d.w.z. bijna de helft!) van hen actie in Berlijn, Saarland en Duisburg. Bij de fabriekspoort van Thyssen-Krupp in Duisburg demonstreerden alleen al 16.000 (!) arbeiders onder het motto >>Staal is de toekomst<<. De thema’s: Tegen oneerlijke concurrentie van ‘Chinees’ staal, dreigende massaontslagen en een beter milieubeleid voor de staalindustrie[1].

De sfeer zag er uitstekend uit. Gehuld in werkkledij en temidden van een zee van rode vlaggen en spandoeken, demonstreerden arbeiders voor het behoud van hun belangrijke economische tak. Knut Giesler, IG Metall-bons van het district Ruhr, sprak duidelijke taal tegenover de staalarbeiders: ,,Willen jullie ‘vervuild’ staal uit China, of willen jullie ‘schoon’ staal uit NRW?” SPD-leider Sigmar Gabriel was tevens in zijn element als beschermheer van de Duitse staalindustrie, toen hij met gebalde vuist en rood hoofd de menigte toebrulde dat ,,de toekomst van de industrie” en “de toekomst van het land” op het spel staan. Echter, evenals de demonstratie afgelopen februari in Brussel, die georganiseerd werd door de ondernemersorganisaties Aegis en Eurofer, stonden óók de statements van bovengenoemde vakbondsbonzen en sociaaldemocratische politici op deze dag vol van corporatisme en protectionisme (= een trend die nu vaker verkondigt wordt bij reactionaire en reformistische partijen, zoals het Front National in Frankrijk, de Labour Party in Engeland en Bernie Sanders en Donald Trump in Amerika). Ook op deze Großkampftag demonstreerden arbeiders en management gezamenlijk voor het “algemeen belang”. Zo kregen arbeiders zelfs een doorbetaalde vrije dag om aan de betoging deel te nemen.

Wat het eerder genoemde protectionisme betreft: Zo ver als de eis van (tijdelijke) nationalisatie van de staalindustrie, zoals de Britse Labour-partij voorstelt, willen alle politici en vakbondsbonzen deze dag niet gaan, maar de Europese Commissie moet in ieder geval zwaar ingrijpen bij deze staalcrisis. Dit met zware importheffing (de hedendaagse Europese importheffing haalt nu niets uit), goedkopere stroom en mindere strenge CO2-certificaten voor de productie van staal binnenin de EU. Dit teneinde de concurrentie met China aan te kunnen blijven gaan. (Evenals de eis dat de Chinezen [en Indiërs] hun klimaatbeheer ook zullen moeten aanpassen ten gunste van het milieu. Zo zou een ton “Duits” staal 1,5 CO2 uitstoten, en “Chinees” staal 1,8 CO2 per ton – een verschil van 20%).

Al deze eisen werden door de staalbazen met applaus ontvangen. De vakbondsbasis moest klaarblijkelijk minder van Gabriel’s speech hebben. Dit kenmerkt wel degelijk een breuk tussen massabasis ener- en politici en vakbondsleiding anderzijds. Luid ‘boe’-geroep was dan ook hun duidelijk antwoord op zijn aanwezigheid. (Immers, in 2017 zijn er weer Landtag verkiezingen in NRW, die de SPD niet mag verliezen. De SPD poogt thans verloren gegaan terrein terug te winnen, door zich op dit arbeidersthema bij uitstek te profileren. Een MLPD-vertegenwoordiger kreeg dan nog wel een kort moment om te spreken over de foutieve stelling van het protectionisme, en stelde daartegenover de internationale arbeiderssolidariteit. Tevens pleitte hij voor klimaatbescherming [zonder e.e.a. echter door middel van een duidelijke analyse met elkaar te verbinden]).

Foto vom Stahl-Aktionstag in Duisburg, 11. April 2016

SPD Bons Sigmar Gabriel houd zijn toespraak onder luid boe-geroep van de arbeiders

De staalindustrie kent enkele eigenaardigheden: Zo is de staalproductie in de BRD met 2% gestegen, bedroeg de koersstijging van Thyssen-Krupp 2% en stegen de aandelen van Salzgitter AG met 3% (In Nederland steeg de productie zelfs met 8% bij Tata Steel-IJmuiden. Maar daarentegen kampt ArcelorMittal met een jaarverlies van 7 miljard, werken de arbeiders daar al jarenlang met loonsvermindering en zakken ook de cijfers van Salzgitter AG in het rood en werken de arbeiders daar ook al langere tijd minder uren met 4% inlevering van loon. Massaontslagen dreigen in de staalindustrie. De afgelopen 40 jaar zijn er al 200.000 banen in deze sector verloren gegaan, daarbij komt dat nog eens honderd duizenden banen afhankelijk zijn van het wel en wee van de staalindustrie in Duitsland. De eerder genoemde factoren voor de staalcrisis in Groot-Brittannië zijn 1) nalatende vraag, 2) Chinees dumping staal, 3) hoge energie- en milieukosten en 4) hoge productiekosten. Maar de groei van de Europese productie suggereert evenwel dat de nalatende vraag en Chinees dumping staal géén negatief impact hebben. Het suggereert dat de twee andere variabele factoren, namelijk energie- en milieukosten, die typisch zijn voor het Britse industriële beleid, de voornaamste oorzaak vormen.

Nogmaals dient daarom het ACN/AKN er op te wijzen dat de woede omtrent de staalcrisis NIET op Chinese klassenbroeders gericht dient te worden, en dat de Europese arbeiders evenmin de Europese kapitalisten dienen te ondersteunen in hun gezamenlijke aanval op de (weliswaar bureaucratisch vervormde) Chinese arbeidersstaat! De sociaaldemocratie en de vakbondsbureaucratie leidden op deze wijze de arbeiders weer eens af van hun ware taak: De revolutionaire omwenteling van de burgerlijke klassenmaatschappij. De vakbondsleidingen zijn met duizend-en-een-onzichtbare draden met de belangen van de bourgeoisie en haar politieke partijen verbonden. De strijd van de arbeidersklasse dient dan ook NIET onder leiding van deze bonzen (of het even van welke bonden of partijen) gevoerd te worden, maar zelfstandig en vanuit de massabasis (het uitfluiten van de sociaaldemocraat Gabriel is dan ook toe te juichen, een begin). Niet het corporatisme tussen de onderdrukte arbeider en haar kapitalistische uitbuiters, het “gemeenschappelijk belang” van deze twee klassen voor het ‘land’, is de oplossing; de enige oplossing voor deze crisis is gelegen in de onteigening van de eigen staalindustrie, evenals de verandering van alle eigendomsverhoudingen, dit leidend naar een socialistische revolutie.

Als er één ding is wat deze dag heeft bewezen, dan is het wel het feit dat de reformistische syndicaatsbureaucratie in staat is MASSA’s te mobiliseren – indien ze dat echt WIL! Want ORGANISEREN, dat kunnen ze, die Duitse vakbondsreformisten. Maar meestal wordt dat niet zichtbaar, omdat de bureaucratie dan slechts halfhartig mobiliseert, zo te zeggen met aangetrokken handrem. Laten we ons dan ook niet vergissen in de mobilisatie- en slagkracht van de Duitse syndicaatsbureaucratie. Wie gelooft dat de vakbondsreformisten (bijna) verslagen zijn, zal nog menige (onaangename) verassing beleven. We zullen nog versteld staan van de lange adem van de reformistische vakbondsbureaucratie. ORGANISEREN kunnen ze (als de wil er echt is), MOBILISEREN ook – al is het in dit geval voor het ‘Stahlstandort Deutschland’ en voor het ‘algeheel belang’.

________ [1] Er zijn qua deze actie parallellen te vinden met ‘87/’88, toen tienduizenden arbeiders tevergeefs vochten tegen de sluiting van de staalfabriek van Krupp in Duisburg-Rheinhausen. Het hoogtepunt van deze solidariteitsbeweging was de grote betoging van 50.000 arbeiders en de aansluitende bezetting van de Rheinbrücke op 20-01-1988. Tevens riep de nationale socialist Kühnen in naam van de Freie Gewerkschaftsbewegung (FGB) op tot een massaal protest voor de 1e mei van dat jaar in Duisburg-Rheinhausen tegen de dreigende sluiting van de Krupp-fabriek en de daarmee gepaard gaande massaontslagen. Iets, wat de verzamelde vakbonds- en SPD-bureacratie uit alle macht poogde te verhinderen. Uiteindelijk tevergeefs! De FGB marcheerde in het industriële hart van het Ruhrgebied (wat Duisburg-Rheinhausen destijds nog was [Tegenwoordig heet de Rheinbrücke bij de arbeiders overigens ‘Brücke der Solidarität’, zo genoemd naar de massale solidariteitsbeweging destijds]).


Leave a comment

STOP TTIP? YES, WE COULD HAVE

Hoe een actiedag met potentie toch niets bleek uit te halen

Anti-TTIP Hannover   1

Op zaterdag 23 april jl. kwamen meer dan 50.000 activisten in alle enthousiasme in een eensgezinde massale demonstratie te samen om een sterk signaal af te geven tegen de komst van de Amerikaanse president Obama en zijn bezoek aan bondskanselier Merkel om de gesprekken over het TTIP-handelsverdrag te bevorderen. Het ACN/AKN riep eerder deze week op om deel te nemen aan deze actiedag teneinde een militant signaal af te geven tegen dit verdrag. Daarom reisde een delegatie af naar Hannover.

Aangekomen in het centrum bij het Opernplatz – het verzamel- en vertrekpunt, van de demonstratie – viel de grootschaligheid van de organisatie gelijk op. Een groot spreekpodium, dito projectiescherm om de sprekers live te kunnen volgen van veraf, flinke geluidsinstallatie en infostands van uiteenlopende partijen en organisaties. Naast de parlementaire partijen zoals Die Linke, SPD, Bündnis 90/Die Grünen, waren ook vele doorgewinterde activisten van partijen en organisaties zoals de reformistische arbeiderspartijen DKP, de MLPD en haar jeugd afdeling REBELL, de Arbeiterbund für den wiederafbau der KPD, de SADJ en het Turkse DIDF, de passieve anarchistische Graswurzelrevolution, Ökologische Linke en meer aanwezig, welke hun kranten, pamfletten en andere propaganda materiaal gretig verkochten en weggaven aan de vele duizenden betogers die maar toe bleven stromen op het verzamelpunt. Ook persbureaus zoals Neus Deutschland (oud-SED), Junge Welt en WAZ gaven hun kranten (soms in een speciale anti-TTIP editie) gratis weg aan geïnteresseerden. Naast deze oudere activisten, waren er ook vele jongere en burgerlijke activisten aanwezig zoals ATTAC, anti-kernenergie en andere milieubeschermingsorganisaties zoals Greenpeace, anti-fracking bewegingen en verenigingen die poogde de betogers geïnteresseerd te maken voor o.a. anti-drone en digitale privacy activisme. Tevens waren de vakbonden weer veelvoudig van de partij, zoals Ver.Di en de IG Bauen-Agrar-Umwelt/Bergbau-Chemie-Energie/Metall.

Er kan wel een lang verslag geven worden over de vele spandoeken en protestborden die getoond werden, inhoudelijk ingaan op de toespraken van de vele (kleinburgerlijke) sprekers en de gehele (muzikale) demonstratieroute afgaan, maar dat is niet waar het om ging bij het ACN/AKN deze dag.

Ondanks de vele aanwezige deelnemers en hun boodschappen, is er geen enkele – maar dan ook echt géén enkele – daadwerkelijke klap uitgedeeld naar Obama en Merkel en hun TTIP-plannen. Verwachte militante acties door een zwart blok – a la Blockupy 2015 – bleven deze dag uit. Hoe kan dat? Misschien omdat de demonstratie een dag vóór de komst van Obama en Merkel werd gehouden en de daadwerkelijke militanten weg hield om een militante boodschap te geven aan de staatshoofden (beiden zaten immers deze dag in Londen en Turkije en zouden dan ook niet direct geconfronteerd worden met militant verzet)? Op zondag zou nog een kleinere demonstratie in de stad gegeven worden die niet de opkomst van een zaterdag zou evenaren. ( De werking van een zwart blok is dan ook compleet nutteloos als deze niet ondersteund wordt door een massa, zoals de 50.000 op een zaterdag). Is dit alles bewust zo gedaan? De smeris was dan ook uiterst in haar nopjes zaterdag, ze leken van geen enkele “gevaar” in wat voor vorm dan ook uit te gaan. Dit protest kon – hoe goed het qua thematiek ook is – geen deuk in een pakje boter slaan, ook al zouden er nog 2 miljoen mensen aanwezig zijn geweest.

Naast de gemiste kans van militant ‘links’ om een statement te maken deze dag, was de afwezigheid van ‘rechtse’ militanten ook een triest gegeven. Waarom nationale en socialistische activisten niets omtrent deze actiedag tegen TTIP deze deden is een groot vraagstuk. Een dergelijk vrij handelsakkoord – welk nationale soevereiniteit, sociale rechten en milieu op gigantische schaal afbreekt – is bij voorbaat een reden voor een deze scene om in actie te komen, zeker in het geval van een handelsakkoord met Amerika. Helaas bleef deze beweging zich deze dag bezighouden met uiterste sektarische herdenkingen i.p.v. zich aan te sluiten bij geen dergelijke betoging (dus bij de massa’s) om zo uit hun politieke getto te breken. Zelfs met een afzonderlijke actiedag binnen de eigen beweging werd niets gedaan.

Hopelijk doen er in de toekomst zich betere kansen voor tegen TTIP waar militanten van zowel ‘linker-’ als ‘rechterzijde’ van het politieke spectrum beide strijdbaar in kunnen duiken.

– Enkele antikapitalistische/anti-TTIP betogers

Anti-TTIP Hannover   2

Links: Greenpeace activiten die een duidelijk signaal afgeven tegen Obama, Merkel en hun TTIP-verdrag op het vakbondsgebouw van de DGB. Rechts: Brengt TTIP echt hoop Propaganda van de metallobby oogt alsof het alleen kan standhouden met behulp van de politiestaat.

Anti-TTIP Hannover   3

Links: De nog steeds actuele leus >>Wie hebben ons verraden? De sociaaldemocraten!<< CDU/ CSU, SPD!<< Rechts:De internationale solidariteit was bij dit protest gelukkig geen leeg woord.


Leave a comment

23-04-2016 – Oproep tot deelname aan het Anti-TTIP protest in Hannover

STOP TTIP? YES WE CAN!

A.s. zondag zal de Amerikaanse president Obama naar de Hannover komen om met de Duitse bondskanselier Merkel te praten over TTIP (Transatlantic Trade and Investment Partnership), een handelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, wat overigens het grootste handelsverdrag ooit gesloten zal moeten worden).    Deze in 2013 gesloten deal tussen Europese regeringen en de VS (evenals met Canada en Mexico) lijkt dan nu werkelijk tot stand te komen na vele vertraging. (Aangezien halverwege vorig jaar al een ontwerp klaar moest zijn, wat al verschoven werd naar december datzelfde jaar). Dit, volgens EU-commissaris Malmström, omdat het lang duurt om de details van regels en voorschriften van diensten en voor producten, zoals auto’s en voedsel, gelijk te trekken.   Opmerkelijk is echter dat de details van deze ‘regels en voorschriften’ niet transparant, al dan wel openbaar gemaakt worden. Alles gebeurd (letterlijk) achter gesloten deuren. Europarlementariërs kunnen de TTIP-documenten uitsluitend in gereserveerde leesruimtes in Brussel doorspitsen, welke honderden pagina’s vol technische inhoud betreffen die bovendien slechts maar in kort tijdsbestek ingelezen kunnen worden. Aantekeningen mogen niet gemaakt worden, evenals kopieën. Ook de vertalingen van die gecompliceerde teksten door experts blijven uit. Het enige openbare wat te vinden is over dit omstreden verdrag is uitgelekt op Wikileaks, of is op het deep web te vinden. Geen basis voor efficiënt activisme dus.

Reden genoeg voor vakbonden, ngo’s, sociale bewegingen, milieuorganisaties en antiglobalisten om zich zorgen te maken en een anti-TTIP-coalitie te vormen. Want dit handelsverdrag bevat minstens één inbreuk op de belangen van al deze afzonderlijke organisaties en bewegingen. Zo vrezen de vakbonden de afbraak van de sociale verworvenheden van de arbeider (zo gaf Verdi-bons Frank Bsirske aan dat de bond ,,an sich niet tegen vrijhandel” is; het gaat immers meer om de standaarden in de milieubescherming en het sociaal- en arbeidsrecht). Amerika neemt het minder nauw met de rechten van arbeiders, en tevens verdienen ongeorganiseerde arbeiders minder loon, wat dus goedkopere productie betekent. Immers, hoe dieper de vrije markt van de internationale handel, hoe groter de kans dat staten gaan concurreren op basis van arbeidsstandaarden. Klein en middelbedrijven vrezen oneerlijke concurrentie van grote monopolies; de agrarische sector is in Amerika veel omvangrijker en dus goedkoper, wat qua kostenvoordelen de staten in de EU zal schaden; zo zijn er ook bij milieuorganisaties de angsten voor o.a. de versoepeling van de veiligheid en de verslechtering van het milieu en het dierenwelzijn, angst voor genetisch gemodificeerde groenten en de reiniging van kip d.m.v. chloor (wat in de EU verboden is – daarnaast blijft de kip antibiotica bevatten); en daarnaast vrezen organisaties als Bits of Freedom nóg meer inbreuk op de privacy. Al deze zorgen omtrent het TTIP-verdrag zijn dan ook zeer belangrijk, ook al is de concrete inhoud van het verdrag alles behalve duidelijk. Daarover debatteren politici en economen, voor- en tegenstanders, ook nog volop onderling. Maar wat wel vaststaat, is dat het berucht ISDS-systeem er zal komen (deze is aangenomen op 08-07-2015 in het Europarlement) Dit betreft een arbitragemechanisme dat bedrijven toelaat om staten te kunnen aanklagen bij onenigheden over hun bedrijfsvoering door nieuwe wetgevingen (zoals investeringen die scheef lopen). Tegen dit ISDS-systeem vinden alle protesterende organisaties elkaar in ieder geval. Maar aangezien de inhoud van het handelsverdrag zeer gesloten is, is de boodschap van de anti-TTIP-coalitie zodanig kernachtig uiteengezet, dat een ieder zich het eindelijk wel hierin kan vinden: Tegen het technocratisch bestuur en een dolgedraaid kapitalisme.

In Frankrijk vonden vorig jaar ‘links’ en ‘rechts’ elkaar al eerder aangaande dit verdrag. Alain de Benoist (een rechtsintellectueel die in de jaren ’70 Nouvelle Droite opgerichte – evenals lezer van Nietzsche, Jünger en Mohler) gaf toen al tegenargumenten op het TTIP-verdrag, wat zich niet zou onderscheiden van de Duitse antiglobaliseringsbeweging ATTAC. De Franse ‘links’ filosoof Michel Onfray steunde liever deze ,,juiste analyse van Benoist dan een foute analyse van Bernard-Henri-Lévy (een ander Frans ‘links’ filosoof)”. Volgens Benoist zou het TTIP-verdrag de bestaande sociale, sanitaire, ecologische en politieke cultuur reduceren en een bureaucratische bovenlaag vormen van scheidsrechterinstanties bestaande uit experts en bestuurders die in conflict gevallen landen tot schadevergoedingen aan concerns veroordelen. Dit alles in een door de Dollar geleide markt. Ondanks dat ‘linkse’ filosofen ‘rechtse’ ideologen ondersteunen bij dit verdrag, wordt het Front National nog altijd geweerd uit de anti-TTIP-coalitie. Dit als zijnde angstig voor de publieke opinie om als xenofobische nationalisten neergezet te worden.

Maar wat betreft deze door de Dollar geleide markt eigenlijk? Econoom Jeronim Capaldo van de International Labour Organisation kwam in januari vorig jaar al met tegenargumenten op die van TTIP-voorstanders. Volgens Capaldo zal de economie van de EU niet met 5% groeien, wat voorstanders beweren. In tegendeel. Deze zal dalen met 0,1%, evenals dat de export daalt met ½ %. Ook de beloofde groei van 1,3 miljoen banen moet herzien worden. Er zullen juist meer dan 600.000 werklozen bij komen. Voor- en tegenstanders in dit debat gaan er beide vanuit dat de VS in dit verdrag bedrijven dwingt te reorganiseren of dwingt elkaar kapot te concurreren. Volgens voorstanders komen de verliezende bedrijven er wel bovenop met meer banen, maar het tegenovergestelde is aannemelijker. Daarover kan Mexico meepraten: Sinds het NAFTA-handelsverdrag (tussen de VS, Canada en Mexico) is er geen economisch groei gekomen en gingen er juist meer banen verloren. Aangezien dat door dit verdrag ook de import uit de VS zal stijgen, en de EU economie minder hard groeit, gaat dat ten koste van de Europese productie (= de sociale verworvenheden). Maar alles blijft koffiedik kijken nu nog niets bekend is over het verdrag. Máár, mocht het verdrag doorgaan zoals gepland, dan is er wel een economische groei van 0,5% totaal in 2027 verwacht…

Belangrijk is het om a.s. zaterdag een militant signaal af te geven tegen Obama en Merkel. Vorig jaar waren er ook op de Europese actiedag van 10 oktober ook al vele protesten tegen dit omstreden akkoord. In Berlijn kwamen 150.000 demonstranten samen,in München 3.000. In Praag en Warschau honderden en in Madrid en Helsinki duizenden betogers. In Amsterdam volgde 4.000 deze oproep.

Het ACN/AKN roept dan ook op om mee te protesteren tegen het TTIP-verdrag in Hannover! Niét om de kleinburgerlijke eisen van ondernemers van MKB  te steunen in het behoud van hun lokale markten; ook ondersteunen wij niét de reformistische eisen van de vakbonden in hun strijd tussen de “eigen” bourgeoisie en multinational bedrijven, dus de sterkere concurrentie uit de VS door dit verdrag; evenals pleitte wij niét voor de bescherming van de “rechtstaat” en de burgerlijke democratie tegen dit verdrag.

Het ACN/AKN steunt wél de convergentie van alle antikapitalistische krachten vanuit de basis die aanwezig zijn op deze dag, dit teneinde ze te verenigen tot een werkelijke revolutionaire beweging van onderop ontdaan van hun reformistische leidingen. Alleen een socialistische omwenteling van de Europese kapitalistische klassen (= de onteigening van alle productiemiddelen en verandering van de eigendomsverhoudingen) zal de eisen omtrent sociale rechten en gelijkheid, arbeid en het milieubeleid ten goede komen. En dit vergt een harde strijdt, de massa’s tegen de staat – klasse tegen klasse!

OBAMA KOMMT! – WIR AUCH!   PROTESTIEREN? NEIN! – RANDALE? JA! TTIP STOPPEN!